infanterie.jpg

Nadat Nederland in 1810 geannexeerd werd in het Franse keizerrijk voerde Napoleon niet alleen de dienstplicht hier in datzelfde jaar voor de landmacht, maar ook een inscriptie voor mannen om te dienen bij de Franse marine. Over dit laatste minder bekende onderwerp binnen de Nederlandse militaire historie schreef dhr. Dinjens recentelijk de studie Zuid-Hollandse zeelui voor Napoleon.

Als inleiding schrijft Dinjens: "In 1810 werd Holland ingelijfd bij het Franse Keizerrijk. Door Napoleon werd het Franse dienstplichtstelsel ingevoerd in Holland. Deze bestond uit de conscriptie en in het bijzonder de maritieme inscriptie voor de marine. Voor de maritieme inscriptie kwamen alle zeelui van 25 tot en met 49 jaar oud in aanmerking. Zij werden via een loting ingedeeld bij de Hollandse eskaders van de Franse keizerlijke marine. De vraag is wat de reactie op deze nieuwe vorm van dienstplicht was onder de Zuid-Hollandse zeelui. Gekeken wordt naar de opgeroepen zeelui en hun acties die direct in verband staan met de maritieme inscriptie."

In 2018 publiceerde B. Dinjens zijn masterthesis (Universiteit van Leiden), getiteld: Zuid-Hollandse zeelui voor Napoleon: de conscriptie en maritieme inscriptie in de Monden van de Maas, 1811-1813.

Op 18 mei j.l. organiseerde Mars et Historia een militair-historische wandeling langs de overblijfselen van het militaire kamp uit de dertiger jaren van de 19e eeuw, tijdens de Belgische Opstand. Voorafgaande hieraan gaf de rondleider, dhr. Dirk Starink een lezing, zodat iedereen met historische bagage op pad kon gaan. Voor wie daar niet bij kon zijn, hebben we al een fotoverslag gepubliceerd op deze website.

Nu voegen we daar ook de lezing aan toe van dhr. Starink, welke is geïllustreerd met vele authentieke afbeeldingen, die daarbij werden vertoont: Sporen in het landschap van de Tiendaagse Veldtocht.

Na de Tiendaagse Veldtocht van 1831 en de definitief geaccepteerde Belgische onafhankelijkheid nam Nederland vanaf 1839 een neutrale positie in tussen de Europese staten. Ons land wist zich zo aan menig militair conflict te onttrekken, waaronder de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) en de Eerste Wereldoorlog. In de laatste decennia van de 19e eeuw kreeg het neutraliteitsbegrip binnen Nederland een nieuwe impuls vanuit militair standpunt, waar op voortgezet werd. Ook na de bloedige strijd van de jaren 1914 tot 1918 hield ons land vast aan een zogenoemde gewapende neutraliteit. Waarom lukte het dan niet om deze ook te bewaren aan de vooravond van 1940? Die vraag is ook interessant in het kader van onze aanstaande stadswandeling door het Rotterdam van mei 1940!

In zijn kritische studie Het falen van de Nederlandse gewapende neutraliteit, september 1939 - mei 1940 gaat dhr. Van Gent hier op in, waarbij hij in de inleiding o.a. schrijft: "Gezien de grote gevolgen van de Duitse inval voor Nederland heeft de vraag hoe dit had kunnen gebeuren veel aandacht gekregen. De historici hebben bij de beantwoording van deze vraag doorgaans niet bepaald mild geoordeeld over het crisismanagement van de Nederlandse vooroorlogse regeringen."

In 2010 schreef dhr. Egter van Wissekerke een proefschrift over de rol van het paard in de krijgsgeschiedenis en hoe belangrijk de veterinaire zorg voor die paarden in de krijgsmacht altijd is geweest. Nog in hetzelfde jaar verscheen zijn studie in boekvorm onder de titel Van kwade droes tot erger.

Gele Rijders op oefening in de Bokkeduinen, geschilderd door Gijsbertus Craeyevanger

In zijn inleiding schreef Egter van Wissekerke: "Paarden werden vanaf de Oudheid tot en met de Tweede Wereldoorlog als rij- en trekdier op grote schaal ingezet bij de oorlogsvoering. De mobiliteit, de snelheid en de slagkracht van de legers werden met behulp van de paarden sterk ver beterd. Innovaties door verbeteringen aan zadels en toebehoren en wapens (uit vinding van buskruit) zorgden ervoor dat de eisen waaraan het militaire paard moest voldoen steeds veranderden. Over de verschillende strategieën en tactieken ten aanzien van het vechten met paarden, de logistiek van paardenlegers en de aantallen paarden die bij de verschillende veldslagen in de loop der tijd werden ingezet is eveneens veel literatuur verschenen."

Het laatste decennium is er binnen de archeologie een nieuwe expertise ontstaan, namelijk de conflictarcheologie. Hier werd en wordt tot voor kort vooral gezocht naar bodemvondsten (als militair cultureel erfgoed) van de Tweede Wereldoorlog. Hoe verhouden die vondsten zich tot de al reeds uitgebreide andere primaire en secundaire bronnen, zoals egodocumenten, filmbeelden en archiefmateriaal? Geeft het onderzoek een extra dimensie aan wat we toch al zo ruimschoots kennen? Of biedt het veeleer resultaten binnen de herdenkingscultuur?

Er zijn vele vragen te stellen over het fenomeen conflictarcheologie, zoals de betrokken archeologen ook zelf doen. Vandaar dat we hier enkele teksten presenteren, die wat meer algemene achtergrond schetsen bij het georganiseerde bezoek 18 mei a.s. door Mars et Historia aan het voormalige militaire kamp te Rijen ten tijde van de Belgische Opstand (1830-1839).

Foto overgenomen van bureau RAAP (raap.nl)

Conflictarcheologie in Nederland: de potentie van een thematische, diachrone benadering van sporen van oorlog en geweld; door Ruurd Kok e.a.

Conflictarcheologie in Opmars: De opkomst en toekomst van de conflictarcheologie in Nederland; door Kenny Brouwers

Conflictarcheologie vs Slagveldarcheologie; door Jobbe Wijnen

Op 18 mei organiseert Mars et Historia als activiteit een bezoek aan de sporen in het landschap van het voormalige militaire kamp te Rijen. Aanmelden kan tot 3 mei voor iedereen die belangstelling heeft om deel te nemen; ook niet-leden zijn van harte welkom. Informatie over deze activiteit, inclusief programma zijn te vinden op de pagina Activiteiten.