mldvliegtuig.jpg

Erwin Muilwijk

Voor mijn onderzoek naar primaire bronnen van Nederlandse officieren en manschappen aan de Waterloo-campagne van 1815 ben ik al jaren op zoek her en der door voornamelijk Nederlandse archieven. Verrukt was ik dan ook om ooit tien jaar geleden in Leeuwarden in het archief te stuiten op het persoonlijke dagboek van ene Bavius van Hylckama, een jongeman die in 1815 dienst nam in de Friese compagnie Jagers. Eén van de vele compagnieën destijds van zowel jagers te voet, als te paard, gebaseerd op een enthousiasme Napoleon tegen te houden. Bijzonder om te vermelden is dat zijn broer Frisius destijds diende in het 27e Bataljon Jagers, en ook enkele memoires heeft nagelaten, over voornamelijk de veldslag bij Quatre-Bras.

Nu blijkt afgelopen jaar met de 200-jarige viering van de Slag bij Waterloo iemand anders ook dit dagboek te hebben ontdekt, en het dag voor dag met de aantekeningen van deze Bavius van Hylckama uitgewerkt te hebben op een eigen webblog! Dat scheelt mij een heleboel werk om alles te transcriberen en uit te werken. Bovendien is het gehele dagboek aangevuld met uitgebreide annotaties!

De Friese Vrijwillige Jagers Compagnie zou na Waterloo toegevoegd worden aan het 16e Bataljon Jagers, en als zodanig deelnemen aan de belegeringen en observaties van de Franse vestingen in Noord-Frankrijk, te weten Le Quesnoy, Valenciennes en Condé.

Afbeelding van een vrijwillige jager op voorzijde van Bavius' dagboek manuscript.

De Slag in de Javazee (27-28 februari 1942) kreeg al tijdens de Tweede Wereldoorlog en kort erna een enorme betekenis binnen de Nederlandse geschiedschrijving en beleving, waarin wel werd toegegeven dat de gecombineerde vloot van Geallieerde schepen op voorhand kansloos was, maar dat het bevel tot het aangaan van de strijd tegen de Japanse marine desondanks zinvol was. 

De zeeslag werd inderdaad verloren door de Geallieerde vloot, en resulteerde voor een deel ook in de vernietiging en ondergang van diverse schepen. Waaronder de Hr. Ms. De Ruyter met aan boord de commandant van de vloot, schout-bij-nacht Karel Doorman. We kijken ditmaal niet naar nog eens een historisch verslag van de zeeslag, waarvan er inmiddels al tientallen zijn verschenen, waarin onder andere de zin van deze zeeslag werd benadrukt.

Interessant is om te kijken naar de allervroegste duiding van de betekenis van deze zeeslag in de Nederlandse beleving, welke vrijwel meteen al opdoken in de jaren erna.

Al eerder besteedde de website aandacht deze maand januari aan het nieuwe wapen van het gifgas en de Nederlandse houding er tegenover in de nieuwsrubriek hier, alsmede aandacht voor de publicatie De geest in de fles over de rol van de Nederlandse defensiestrijdkrachten en de houding t.a.v. chemische oorlogsvoering in de rubriek boeksignaleringen.

Nu is het ook tijd om nader te kijken naar de internationale rol van Nederland ten aanzien van dit verschrikkelijke oorlogswapen, ten tijd van het Interbellum (1919-1939).

Foto: Britse 'small box respirator' ingevoerd in Nederland in 1918 en na 1926 als oefenmasker in gebruik bij de Nederlandse strijdkrachten.

Het was voor de top van de Nederlandse marine alsmede de regering geen streven in eerste instantie om voorafgaande aan de Eerste Wereldoorlog, ondanks de fervente belangstelling hiervoor in de nationale pers en in beide kamers van het parlement, de potentie van de nieuwe vliegmachines toe te voegen aan de vloot. Het zou dan ook pas in 1917 zijn dat de Marine Luchtvaartdienst (MLD) werd opgericht. Het voortbestaan van deze zelfstandige luchtvaart tak binnen de strijdkrachten bleef vervolgens punt van politieke discussie in de eerste jaren van het Interbellum.

Om daarover meer inzicht te krijgen, presenteren we wederom een bijzondere studie.

Foto van een replica van een Dornier Wal; Dornier Museum te Friedrichshafen.

De strijd van Nederland tegen de onafhankelijkheid van de Republik Indonesia wordt nog altijd samengevat onder de term van de twee 'politionele acties'. In het huidige tijdsgewricht is het uiteraard duidelijk dat we hier te maken hebben met een openlijke dekolonisatie oorlog.

Desalniettemin is het interessant te bekijken hoe de Militaire Luchtvaart afdeling van het KNIL (ML-KNIL) op een succesvolle wijze werd ingezet door de Nederlandse strijdkrachten. Zeker wanneer we deze strijd bekijken vanuit een moderner perspectief, te weten de counter insurgency warfare.