kareldoorman.jpg

In 1025 werd er wederom een confrontatie uitgevochten tussen graaf Dirk III van West-Frisia en bisschop Adelbold van Utrecht. Wie meer wil weten over deze Slag bij Bodegraven, moet zeker het online artikel van dhr. Kees Nieuwenhuizen lezen: De slag bij Bodegraven in 1025.

Rens van Vliet schrijft over zijn master thesis het volgende als inleiding:

"Door de florerende handel groeide de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de zeventiende eeuw uit tot één van de wereldmachten. De zeventiende eeuw staat daardoor bekend als ‘Gouden Eeuw’. De handel bracht de Republiek grote rijkdommen, maar had ook zijn keerzijde. Menigmaal leidde de florerende handel tot conflicten met concurrerende landen en voornamelijk met Engeland. Diverse oorlogen braken onder andere om deze reden uit. De rol van de vloot was in de zeventiende eeuw zodoende van wezenlijk belang. Een sterke vloot was noodzakelijk om de handelsbelangen te beschermen. In deze thesis speelt de rol van de Nederlandse vloot tijdens de zeventiende eeuw een grote rol. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar de tactiek die er tijdens de eerste twee oorlogen tussen de Republiek en Engeland op zee werd toegepast en de instructies die er door het landsbestuur werden uitgegeven met betrekking tot vlootzaken. De vraag is welke invloed de instructies hebben gehad op het verloop van de eerste twee oorlogen met Engeland?"

 

Sinds 1967 organiseert de vredesbeweging PAX Christi de Vredesweek, naar aanleiding van de Internationale dag voor de vrede van de Verenigde Naties op 21 september.

Hoogste tijd om hier op deze website dan ook weer aandacht te besteden aan de Nederlandse vredesmissies en de militaire inbreng daarin om vrede en stabiliteit te brengen. Ditmaal met speciale aandacht voor de allereerste Nederlandse missie kort voor de Eerste Wereldoorlog in Albanië.

Over zijn studie over deze vredesmissie schrijft de heer De Ruijsscher het volgende: "In deze doctoraalscriptie wordt een "vergeten" stuk uit de Nederlandse geschiedenis beschreven; De laatste symfonie van het Concert van Europa, de Nederlandse vredesmissie in Albanië 1913-1914 in internationaal perspectief. In de afgelopen 90 jaar zijn er slechts 2 boeken geschreven die zich (deels) met deze vredesmissie bezig houden. Slechts één   hiervan mag als een wetenschappelijk document worden beschouwd. Het is op zich erg vreemd te noemen dat deze allereerste Nederlandse vredesmissie niet tot nauwelijks in de geschiedenisboeken is terug te vinden.

In het kader van ons vijftigjarige jubileum symposium en de aldaar aanwezige sprekers presenteren we hier alvast een studie, zodat bezoekers op deze dag en andere geïnteresseerden zich alvast kunnen inlezen op één van de onderwerpen.

Enige decennia lang was de Nederlandse krijgsmacht bekend met het toekomstige terrein waar een eventuele oorlog met het voormalige Warschaupact zou worden uitgevochten. Te weten de Duitse hoogvlakten. Met een nieuwe oriëntatie en inzet van militairen in allerlei crisisgebieden en vredesmissies sindsdien, dient de Nederlandse krijgsmacht zich beter voor te bereiden en een duidelijk overzicht te hebben van het terrein, alvorens succesvol militairen en hun voertuigen in te zetten. Hiertoe is bijvoorbeeld het Cross Country Mobility voorspellingen systeem voorhanden.

Fennek verkenningsvoertuig van de Nederlandse landmacht 

In diens studie schrijft dhr. H. Kerkdijk, cadet-vaandrig bij het Wapen der Genie:

'Kennis van het terrein van optreden is essentieel voor een militair commandant. Zonder verdere inlichtingen is hij beperkt tot het gebruik van bestaande en bekende wegen. Dit gaat ten koste van de voorspelbaarheid van de militaire actie. Ook wanneer een voertuig, of meerdere voertuigen, van punt A naar B moeten verplaatsten is het van belang kennis te hebben van het terrein waarover plaatst moet worden. Naast kennis van het terrein zijn ook de eigenschappen en capaciteiten van het betrokken voertuig relevant. Op basis van deze gegevens kan een voorspelling gedaan worden over het vermogen van het voertuig om door het betreffende terrein te verplaatsen. Een dergelijke voorspelling wordt een Cross Country Mobility (CCM) voorspelling genoemd.'

In 2013 schrijft dhr. Kerkdijk zijn bachelor scriptie (Universiteit van Twente) getiteld: Cross Country Mobility voorspellingen: verplaatsen in het onbekende.

In het kader van ons vijftigjarige jubileum symposium en de aldaar aanwezige sprekers presenteren we hier alvast een studie, zodat bezoekers op deze dag en andere geïnteresseerden zich alvast kunnen inlezen op één van de onderwerpen.

Ingang van de Cadettenschool (foto ontleend aan website Militair Magazijn)

In zijn studie schrijft dhr. P. Juffermans:

'Het beroep was naast het bezit (zowel kapitaal als liquide middelen) en afkomst een van de meest toonaangevende symbolen die aangaven tot welke klasse men behoorde. Ook de opleiding van het individu speelt hierbij een rol. Anders dan voorheen waren veel beroepen in de 19e eeuw toegankelijk voor hen die de opleiding kon betalen. Het beroep was niet meer slechts gebonden aan afkomst. Met deze ideologie in gedachte zou ook het leger toegankelijker moeten zijn. De officierenstand werd bijvoorbeeld, met de oprichting van de Koninklijke Militaire Academie (KMA), een toegankelijkere positie, die in tegenstelling met vroeger niet langer alleen voor de adel toegankelijk was maar voor iedereen die de KMA kon betalen. Naast de weg via de KMA waren er nog twee manieren om de rang van officier te bereiken namelijk via de koning of via de onderofficiersopleiding. De laatste mogelijkheid bood kans eventueel te kunnen promoveren tot officier. De onderofficier moest zichzelf bewijzen door prestaties in de praktijk en het behalen van de officiersexamens.'

In 2012 schreef dhr. Juffermans zijn bachelor thesis (Universiteit van Utrecht), getiteld De Koninklijke Militaire Academie en het burgerlijk onderwijs (1827-1890). Het Nederlands militair onderwijs als onderdeel van het Nederlands burgerlijk onderwijs.