kraagemblemen.jpg

Op 17 mei 1940 werd een deel van de Zeeuwse stad Middelburg getroffen door een grote verwoestende brand. De strijd in Zeeland was namelijk doorgegaan, nadat het overige deel van Nederland al had gecapituleerd voor de Duitse strijdkrachten.

Over de oorzaak van de brand bestaan uiteenlopende ideeën, zoals dat het een terreurbombardement was van de Duitse Luftwaffe, beschietingen door Duitse artillerie, of door Franse artillerie (de Fransen waren ter ondersteuning Brabant en Zeeland binnengetrokken), of een combinatie van mogelijkheden. Om uit alle controverses te komen heeft recentelijk het Nederlands Instituut voor Militaire Historie een rapport uitgebracht in opdracht van de gemeente Middelburg. Dit resultaat van het onderzoek is online te raadplegen in pdf-format via de weblink: Rapport gebeurtenissen 17 mei 1940.

 

Brabant had gedurende de Gelderse oorlogen (1502-1543) als onderdeel van de Habsburgse Nederlanden meerdere malen te maken met plunderingen en invallen van de troepen van het hertogdom Gelre. De grootste stad 's-Hertogenbosch en omliggende landen moesten alles in het werk stellen om zich militair voor te bereiden op een eventuele belegering of andere rampspoed. Hierover gaat het essay van dhr. Vermeer, welke wij hier beschikbaar stellen.

Vermeer schrijft in zijn inleiding: "Van alle Bourgondische gebieden had Brabant, en dan vooral de Meierij van ’s-Hertogenbosch, het ongeluk de langste grens te hebben met Gelre. Gedurende de oorlogen had Brabant dan ook flink te lijden onder aanvallen van over de Maas: zo staken er geregeld groepen soldaten over om te plunderen en in 1498 en 1512 werd Oss zelfs platgebrand. Deze plaats ligt op minder dan twintig kilometer afstand van de hoofdstad ’s-Hertogenbosch, zodat deze gebeurtenissen voor de Bosschenaren behoorlijk beangstigend moeten zijn geweest. Ze hebben zeker meerdere malen de hete adem in hun nek gevoeld gedurende deze rumoerige periode. Er was voor de stad dus een grote noodzaak om de Geldersen uit de omgeving te houden en om zichzelf goed in te dekken tegen een eventuele aanval."

 

Het water is in de geschiedenis van Nederland niet alleen een vijand geweest, maar ook een welkome vriend bij de verdediging van het land.

Hoogste tijd dus om in breder verband de achtergronden te schetsen van het fenomeen waterlinies. Dat doen we aan de hand van een artikel van dhr. J.P.C.M. van Hoof, lid overigens van onze vereniging, welke hij publiceerde in 1988 in het tijdschrift Low Countries Historical Review: Met een vijand als bondgenoot. De rol van het water bij de verdediging van het Nederlandse grondgebied tegen een aanval over land.

Van Hoof schrijft ter inleiding onder andere: "Wanneer precies de gedachte is ontstaan om bij de verdediging van het Nederlandse grondgebied het water in te schakelen, is niet nauwkeurig vast te stellen. Het ligt echter voor de hand te veronderstellen dat de eerste ideeën hieromtrent ontstonden in het begin van de opstand tegen Spanje, toen bleek dat door het laten onderstromen van stukken land de vijand uit een bepaald gebied verdreven kon worden. Het mislukte Spaanse beleg van Alkmaar in 1573 en het ontzet van Leiden in 1574 dringen zich hierbij meteen als voorbeeld op. Pas honderd jaar later is er in ons land voor het eerst sprake van een systeem waarmee op elk gewenst moment terreinen onder water konden worden gezet met het doel het achterliggende territoir voor een inval te behoeden. Het stellen van inundaties is echter maar één aspect van de rol die het water binnen de Nederlandse defensie heeft gespeeld."

"In dit verband valt onder andere ook te denken aan de plaats die de grote rivieren hebben ingenomen. Aan de functie die het water bij de verdediging van ons land kreeg toebedeeld, zaten echter zowel positieve als negatieve kanten. In het hierna volgende wil ik op een aantal daarvan wat verder ingaan. Ik wil dit doen aan de hand van een algemene beschouwing over de factoren van fysisch-geografische aard die bepalend kunnen zijn bij de verdediging van een bepaald gebied en daarbij bekijken welke rol het water daarbij kan spelen."

 

Het verloop van de Slag bij Nieuwpoort (1600) mag algemeen als bekend aangenomen worden. Het Staatse leger onder leiding van prins Maurits behaalde een eclatante overwinning op het Spaanse leger. 

Ondanks dat was de zege feitelijk een Pyrrhusoverwinning, aangezien het echte doel van het Staatse leger, namelijk het bestrijden van de kaper vaart vanuit Duinkerken niet bestreden kon worden. Het was ook de laatste veldcampagne van de opstandige republiek in Vlaanderen. Een jaar later begon zelfs de belegering door Spaanse troepen van het laatste Staatse bolwerk alhier, namelijk de kuststad Oostende. Deze stad viel in 1604, en maakte daarmee een einde aan alle zuidelijke aspiraties van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën.

 

Niettemin is de zogenaamde Nieuwpoort campagne vanuit logistiek bevoorradingsperspectief enorm interessant, zoals dhr. Goossens heeft beschreven: 

"De organisatie en bevoorrading van een leger was al eeuwenoud, evenwel laat men meestal het begrip logistiek pas beginnen bij de legerhervormingen ten tijde van Lodewijk XIV en het hergebruik van de term bij baron Jomini voor het leger van Napoleon. Toch werd hieraan reeds ten tijde van het ontstaan van de Republiek veel aandacht besteed." 

Goossens beschrijft verder... 

Hoe keek de Spaanse soldaat aan tegen de opstandige Protestanten tijdens de Tachtigjarige Oorlog? Een voorbeeld vinden we terug bij kapitein Alonso Vázquez die een groot aantal jaren aan Spaanse zijde streed en zijn memoires achterliet.

De heer Notten bestudeerde deze memoires uitgebreid voor zijn studie geschiedenis, en schrijft in zijn inleiding onder andere: "Alonso Vázquez (155?-­‐1624) vocht tussen 1577 en 1592 in het Spaanse leger. Hij streed voornamelijk tegen protestantse opstandelingen, maar ook tegen katholieken, zowel in de Nederlanden als een aantal maanden in Frankrijk. Ook verbleef hij kort in Duits gebied. Vázquez werd geboren in Toledo in een familie van een gemiddelde klasse. Hij schopte het tot rang van kapitein en diende de meeste tijd onder Alexander Farnese, hertog van Parma (1504-1592). Over Alonso Vázquez is weinig persoonlijke informatie bekend. Het is te danken aan de uitgebreide oorlogskronieken die hij schreef tussen 1614 en 1624 over zijn periode in de Nederlanden dat hij niet geheel in de anonimiteit is gebleven."

Notten vervolgt....