vaandels.jpg

Voor de rekrutering van manschappen, matrozen en vooral ook soldaten voor de Indische kolonies in de Oost moest de VOC ook over de grenzen van de eigen republiek kijken. In de 2e helft van de 18e eeuw werden bijvoorbeeld ook grote aantallen mannen gerekruteerd uit de Oostenrijkse Nederlanden en het Prinsbisdom Luik, grofweg het huidige België. 

Over dit onderwerp schreef mevr. Van Durme een uitgebreide studie, getiteld "Zuid-Nederlanders in dienst van de Verenigde  Oost-Indische Compagnie: tweede helft achttiende eeuw".

In haar inleiding schrijft zei onder andere: "De schepen die uitvaarden naar het verre Azië waren maanden onderweg. Men kan zich dan ook de vraag stellen hoeveel Zuidelijke Nederlanders er in de tussentijd overleden en wat de reden van hun dood zou geweest zijn. Was er een verschil op te merken in de sterfte onder de militairen of zeelieden? Of lag de sterfte hoger bij handwerklieden en andere dienaren die in Azië te werk gesteld waren? Het was ook niet ongewoon dat Zuid-Nederlanders aan de Kaapkolonie aan boord gingen. Waren er Zuid-Nederlanders onder deze mensen? Ik wens ook na te gaan hoe de Zuid-Nederlandse dienaren uit dienst traden. Ze zullen niet allemaal overleden zijn, dus hoe zouden de verschillende dienaren hun diensttijd beëindigd hebben indien ze in leven bleven? Zijn hier verschillen op te merken tussen de verschillende beroepen of maakte het werk van de dienaar hier niets bij uit? Dit onderzoek legt zich, zoals reeds werd aangegeven, toe op de laatste 50 jaar van het bestaan van de Verenigd Oost-Indische Compagnie. Hoeveel Zuid-Nederlanders werkten er in deze periode als dienaar voor de Compagnie? Of beter, hoeveel Zuid-Nederlanders vaarden er gedurende deze periode uit naar het oosten met de VOC?"

"Hierbij kan ik me de vraag stellen wat voor mensen deze avonturiers waren. Waren het vooral arme mensen die in dienst traden? Of is dit slechts een stereotiep beeld dat we hebben op het VOC-personeel? Wat was de rol van deze Zuid-Nederlanders binnen de VOC? Om dit beter te begrijpen zullen de verschillende soorten dienaren besproken worden. Traden de meeste Zuid-Nederlandse dienaren in dienst als matroos? Of was hun aandeel groter bij de soldaten? Er waren ook heel wat dienaren actief in Azië en ook hier zullen zich Zuid-Nederlanders onder bevonden hebben. Ik wens me echter toe te leggen op de personen die vanuit de Republiek uitvaarden naar het oosten en de personen die er te werk werden gesteld zullen hierbij dus vermeld worden, aangezien ze de afvaart vanuit Europa hadden meegemaakt. Het is de bedoeling van deze scriptie om de carrières te schetsen van de vele duizenden Zuidelijke Nederlanders die in de loop van de tweede helft van de achttiende eeuw vanuit de Noordelijke Nederlanden naar Azië waren uitgevaren. Was dit voor de meesten een eenmalig gebeuren? Of zijn er Zuidelijke Nederlanders terug te vinden op meerdere expedities naar de Oost? Namen de Buitenlanders, en dan de Zuidelijke Nederlanders in het bijzonder, bepaalde beroepen voor hun rekening? Indien dit zo was, wat zou daar de reden voor geweest zijn? Verschillende zaken wens ik hierbij nader te bekijken. Ik zou willen nagaan of men als Zuidelijke Nederlander makkelijk promotie kon maken binnen de Compagnie en of de Zuidelijke Nederlanders omwille van de taal een voordeel zouden gehad hebben op andere buitenlandse dienaren. Dit is niet gemakkelijk te onderzoeken en ik kan me hierover het best informeren door de manier waarop Zuidelijke Nederlanders promoveerden en welke functies ze konden bekleden. Tot slot zou ik ook willen nagaan welke kamers de meeste Zuid-Nederlanders in dienst hadden en waarom. Ik wil ook nagaan waarom de Compagnie zo een nood had aan buitenlands personeel en waarom ze net zoveel Zuidelijke Nederlanders aannamen."

In 2008 publiceerde mevr. M. Van Durme haar scriptie 2e licentie (Universiteit van Gent), getiteld Zuid-Nederlanders in dienst van de Verenigde  Oost-Indische Compagnie: tweede helft achttiende eeuw.