artillerie.jpg

De allergrootste logistieke operatie die het Nederlandse leger ooit heeft moeten uitvoeren was wel het verzenden van tienduizenden troepen naar Nederlands-Indië kort na de Tweede Wereldoorlog, om daar te vechten voor het behoud van de kolonie. Dat dit anders verliep is bekend, maar minder bekend is ook hoe de troepen vervolgens weer zeer snel terug verscheept werden van Indonesië naar Nederland.

Over dit onderwerp is de interessante studie verschenen van dhr. Ruijter "Naar Indonesië en weer terug".

Inschepen van troepen op de Nieuw-Amsterdam

In zijn inleiding schrijft Ruijter: "De inzet van een krijgsmacht wordt niet alleen door de omvang en de uitrusting bepaald, maar vooral door zaken als bevoorrading, transport- en communicatiemogelijkheden. Militairen moeten bewapend, gevoed en vervoerd worden om hun taak te kunnen uitvoeren. Bij een moderne strijdmacht is bijna 30% van het beschikbare budget bestemd voor bevoorrading, onderhoud en transport en zijn er voor elke vechtende militair zes tot tien andere militairen nodig om deze ene persoon in staat te stellen zijn (haar) gevechtstaken te vervullen. Juist daarom is het noodzakelijk om ook aan dit aspect van deze koloniale oorlog aandacht te besteden. Waarom was Nederland in staat om zo kort na de Tweede Wereldoorlog om zo’n grote legermacht naar de andere zijde van de wereld te sturen, terwijl het land voor een groot deel verwoest was en in een precaire financiële situatie verkeerde?"

"Waarom schiep juist de naoorlogse situatie daarvoor de mogelijkheid? Waarom lukte het na de soevereiniteitsoverdracht (27 december 1949) om een groot deel van de Nederlandse strijdmacht in een betrekkelijk korte tijd weer naar Nederland te repatriëren, maar waarom lukte dat niet binnen een half jaar, zoals overeengekomen was tijdens de Ronde Tafel Conferentie (23 augustus – 2 november 1949)?"

In 2017 schreef dhr. A. Ruijter zijn masterscriptie (Universiteit van Leiden), getiteld Naar Indonesië en weer terug: transport van een expeditieleger (1945-1951)