kareldoorman.jpg

Nieuw-Nederland was het gebied aan de Noord-Amerikaanse oostkust dat door de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën werd opgeëist, gelegen tussen de 38e en 45e breedtegraad, en waarvoor het beheer in de praktijk werd neergelegd bij de West-Indische Compagnie. Tussen 1614 en 1667 was het gebied langs de kuststrook onder een onafgebroken Nederlands beheer. Het bijzondere van deze kolonie was, dat het niet zozeer ging om nieuwe levensgebieden te verkrijgen voor kolonisten, zoals dat wel gebeurde voor Britse en Franse kolonies die in dezelfde periode in Noord-Amerika werden gesticht. Het ging namelijk in de republiek zelf zeer voorspoedig met de economie en er was dan ook weinig reden voor burgers de oversteek  te maken over de Atlantische Oceaan. Het ging de WIC voornamelijk er om vele florerende handelsposten te ontwikkelen. Nieuw-Amsterdam groeide uiteindelijk in deze periode uit tot de grootste stapelmarkt aan de oostkust.

Uit het oogpunt van militaire geschiedenis is deze Nieuw-Nederlandse periode zeer interessant, want ook al deze vele handelsposten moesten toch op enigerlei wijze beschermd worden met forten en andere verdedigingswerken. Over al deze forten publiceerde dhr. Jacobs in 2015 een zeer lezenswaardige en rijk geïllustreerde studie, die online te raadplegen is: Dutch colonial fortifications in North America 1614-1676.

De stad Nieuw-Amsterdam op het eiland Manhatten