f16.jpg

De Tweede Boerenoorlog (1899-1902) zorgde er voor dat vanuit diverse Europese landen en legers een belangstelling ontstond voor het verloop en de wijze waarop de Boeren strijdkrachten van de Oranje-Vrijstaat en de Transvaal (Zuid-Afrikaanse Republiek / ZAR), zich staande wisten te houden tegenover de Britse imperialistische grootmacht. Zodoende werden er militaire waarnemers naar Zuid-Afrika gestuurd, waaronder ook enkele officieren van de Nederlandse krijgsmacht.

Deze Nederlandse officieren waren al gauw zeer enthousiast over de vorm en wijze waarmee de Boeren zich te weer stelden, en maakten diverse aanbevelingen voor de Nederlandse strijdkrachten. Interessant is dat zij de strijd in Zuid-Afrika voornamelijk door een Nederlandse bril werd bekeken, en zich in het bijzonder richtte op een volksleger-krijgsmacht hier in Nederland zoals deze ook destijds was georganiseerd in Zwitserland. Wat de officieren compleet ontging en juist de sterkte van de Boeren was, was de organisatie te velde in de Boerencommando's!

Niettemin is het interessant om in onderstaande twee studies te bekijken hoe deze 2e Boerenoorlog werd bekeken als nieuw studiemateriaal voor een Nederlands leger in het Europese militaire krachtenveld.

Allereerst is daar de bachelor thesis uit 2012 van dhr. M.E. Boon (Universiteit van Utrecht):

'Wat viel er niet te leeren van de Boeren...' Lessen uit de Boerenoorlog. Nederlandse waarnemers aan het front in Zuid-Afrika.

En vervolgens is er nog een zeer interessant artikel van de historicus dhr. H. de Jong, verbonden aan de Nederlandse Defensie Academie, en gepubliceerd in 2013 in het tijdschrift Scientia Militaria: South African Journal of Military Studies (Vol. 41, No. 1):

Past as future: the South African War, Dutch observers and military memory.