kraagemblemen.jpg

Halverwege de 18e eeuw brak er een Europese oorlog uit tussen diverse landen en coalities, omdat de troonsbestijging door Maria Theresia voor het Oostenrijks-Habsburgse rijk werd betwist door diverse andere vorsten die de troon betwistten. Dit resulteerde in de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) waarin de Nederlandse republiek uiteindelijk ook militair betrokken raakte en door de Franse strijdkrachten op de knieën werd gebracht.

De Nederlandse republiek werd internationaal nog wel gezien als een Europese militaire grootmacht, maar midden 18e eeuw bleek dit toch geen werkelijkheid meer. Dit wordt beschreven in de studie van dhr. Kragting getiteld Militaire Macht en de Status van 'Grote Mogendheid'.

In zijn inleiding schrijft Kragting: "De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was tijdens de zeventiende eeuw in de internationale politiek een speler om rekening mee te houden. Nederlandse belangen konden zowel binnen als buiten Europa effectief worden verdedigd en de kleine Republiek kon zich meten met Frankrijk en Groot-Brittannië. Volgens sommige historici begon de periode als grote mogendheid af te brokkelen in 16481 toen de onafhankelijkheid van Spanje bevestigd was met de Vrede van Münster en daarmee het doel van de militaire inspanning bereikt was. Anderen stellen dat de Republiek ophield een grote mogendheid te zijn na 1688 (nadat stadhouder Willem III koning werd van Engeland) of na 1713 (na afloop van de Spaanse Successieoorlog). Een precieze datum waarop het verval werd ingezet is niet aan te wijzen."

"Toch werd de Republiek, ondanks dit verval, door de andere Europese staten ook in de eerste helft van de 18e eeuw nog gezien als grote mogendheid en daarom actief betrokken in allianties en militaire conflicten. Zo ook tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748). Officieel wist de Republiek het grootste deel van de oorlog de neutraliteit te bewaren, maar in de laatste jaren kon een actieve rol op het slagveld niet meer worden vermeden."

In 2015 publiceerde dhr. E. Kragting zijn masterthesis (Universiteit van Amsterdam), getiteld Militaire Macht en de Status van 'Grote Mogendheid'. De Republiek tijdens de Oostenrijkse Successieoorlog.