kareldoorman.jpg

Een jaar na het beëindigen van de militair-politieke strijd om het onafhankelijke België krijgen de Staten-Generaal, en met name de Tweede Kamer, in 1840 eindelijk de politieke macht over de defensiebegroting. Zoals dat nu nog altijd in handen is van de politiek, en niet meer als voorheen bij de vorst van het land. Deze consequentie in  1840 leidde tot nieuw beleid, zeker ook na de liberale grondwetswijzigingen in 1848 tot aan de periode van 1860, toen zich in Europa diverse conflicten buiten Nederland om afspeelden. Dit waren o.a. de Krimoorlog, de Italiaanse eenheidsoorlog en de Frans-Oostenrijkse oorlog, die allen zo weer hun invloed hadden op de politieke defensiebeleid. Over dit onderwerp schreef dhr. Pieterse recentelijk de studie Wie betaald, bepaalt!?

 

In zijn presentatie schrijft Pieterse: "Deze scriptie focust zich op de begrotingen van het departement van Marine, het departement van Oorlog, het recht van begroting en het recht van amendement van de Tweede Kamer in de periode 1840-1860. Zodoende wordt de invloed van de grondwetswijziging van 1840 en met name de invloed van de grondwetswijziging van 1848 op de Nederlandse defensie verder inzichtelijk gemaakt. Hierdoor ontstaat een nieuw perspectief op de invloed van de Tweede Kamer en de Nederlandse defensie in de periode 1840-1860. Deze scriptie heeft de volgende hoofdvraag: Welke factoren waren van invloed op de begrotingen van het departement van Marine en het departement van Oorlog in de periode 1840-1860? Deze scriptie bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief deel. Het kwantitatieve deel omvat de financiële analyse van de begrotingen en de analyse van de stemmingen. Het kwalitatieve deel van deze scriptie omvat de ontwikkelingen in de vorm van de begrotingen, de begrotingscyclus en de standpunten en argumenten van de regering/minister(s) en de Tweede Kamer. De kern van deze scriptie bestaat uit twee delen: de periode 1840 tot en met 1849 en 1850 tot en met 1860. Deze tweedeling is niet willekeurig gekozen. In 1839 was de Belgische afscheiding formeel en de mobilisatie beëindigd, waardoor over 1840 voor het eerst een begroting opgesteld kon worden voor het Koninkrijk der Nederlanden in zijn nieuwe vorm. In 1848 vond de ingrijpende grondwetswijzing plaats. De nieuwe manier van begroten (eenjarig) werd vanaf de begroting over 1850 toegepast. Als eindjaar is 1860 gekozen, omdat in de periode voorgaande in Europa verschillende conflicten plaatsvonden, zoals de Krimoorlog (1853-1856) en de Tweede Italiaanse Onafhankelijkheidsoorlog / Frans-Oostenrijkse Oorlog (1859)."

"Net na de afscheiding van België had de slechte en onzekere financiële toestand van het Koninkrijk der Nederlanden een grote invloed op de begrotingen van met name het departement van Oorlog. De Tweede Kamer verwierp de (gehele) begroting over 1840, omdat de Tweede Kamer het begrootte bedrag voor het departement van Oorlog te hoog vond in relatie met de demobilisatie en de zorgwekkende en met name onzekere financiële toekomst van het Koninkrijk der Nederlanden. Daarbij speelde mee dat de regering verzuimde om een gefundeerd plan voor de Nederlandse Defensie te overleggen aan de Tweede Kamer. Voor het departement van Marine was het een ander verhaal. De minister van Marine wilde het liefst conflicten vermijden. Dit leidde tot weinig ambitieuze begrotingen voor het departement van Marine. De grondwetswijziging van 1848 had met name een grote invloed op de begrotingscyclus en de beraadslagingen. De begrotingen werden vanaf 1849 jaarlijks opgesteld en de beraadslagingen bestonden vanaf 1849 uit een algemeen deel en een behandeling per artikel. Daarnaast kon de Tweede Kamer amendementen indienen. Internationale ontwikkelingen waren met name in de periode 1855-1860 van invloed op de begrotingen. Deze scriptie toont verder aan dat de bezuinigingen groter waren dan verondersteld. Dit geld ook andersom. Waar in eerste instantie sprake was van een verhoging van de begrotingen, is deze verhoging kleiner dan het lijkt."

In 2019 schreef dhr. F. Pieterse zijn masterscriptie (Universiteit van Amsterdam), getiteld Wie betaalt, bepaalt!? De begrotingen van het departement van Marine en het departement van Oorlog (1840-1860).