artillerie.jpg

Oorlog op zichzelf leidt altijd tot geweld, dus ook in wat dan tegenwoordig een dekolonisatie-oorlog genoemd wordt. Nederlands-Indië was er van eind 1945 tot ver in 1949 geen uitzondering op, wanneer we de recente studies raadplegen. Het individuele geweld wordt zeer zelden als zodanig beschreven, en/of anders geplaatst binnen abstracte beschrijvingen van politiek- en militair beleid op het allerhoogste niveau.

Was er dan wel plaats voor lokaal beleid van hooggeplaatste militairen, die ondanks het geweld wel degelijk hun eigen (matigende) stempel konden drukken op de dagelijkse werkelijkheid van een guerrilla oorlog in Nederlands-Indië? Over dit tot op heden weinig onderzochte onderwerp binnen het grotere kader van dekolonisatie en geweld, schrijft dhr. Van der Sprong met als voorbeeld op Centraal Java de generaal-majoor De Waal. Voor een internationale bijdrage en discussie over dekolonisatie, is de studie in het Engels geschreven.

In zijn inleiding schrijft Van der Sprong: "The published literature so far put the emphasis on the political aspect of the decolonization war. Much remains unclear of the role of individual commanders and the way they have influenced the course of the war. Apart from J.A. de Moor’s 'Generaal Spoor: triomf en tragiek van een legercommandant', which is a biographical work of Spoor, no study has been published about other important commanders and their role and influence in the course of the war, the application of structural violence or their possible actions against it. In this biography J.A. de Moor describes Spoor as exceptional, gifted with a quick mind, a sharp intellect, a leader of men, energetic, vigorous and full of optimism. According to De Moor, Spoor wanted to preserve the colony as it was before the start of the Second World War. This positive appreciation of General Spoor by De Moor, makes the study into De Waal even more interesting, because besides the fact that Spoor was beloved and extremely skilled, De Waal dared to challenge Spoor’s authority and did not face serious reprimands by doing so, which implicates the level of respect appreciation Spoor had for De Waal."

"This paper addresses this knowledge gap in scientific literature by conducting research into a single commander. The aim is to gain better understanding of the complexity and dynamics of the decolonization war. Linking the overarching theory of agency versus structural with the study into a single commander has not been done before and will add a new perspective to existing literature. In addition, as this study is conducted in English, the research contributes to international accessibility of research on the decolonization war since the large majority of the existing literature is published in Dutch. This paper will contribute to the argument that individual commanders knew about the violence committed by their men and their tendency to disguise this misbehavior. It will argue that one commander had the ability to largely steer the course of the war, at least in the area he commanded. This paper will shed light on where this tendency came from by conducting research into Major General S. de Waal." 

In 2018 schreef dhr. Wibren M. van der Sprong zijn geschiedenis thesis (Universiteit van Utrecht), getiteld Major General Simon de Waal, ‘the Hero of Tarakan’ and Territorial Commander of Central Java: a study on the role of one of the most important Dutch commanders in the Indonesian war of independence 1945-1949.