infanterie.jpg

Lokale schutterijen en burgermilities grepen blijkbaar niet altijd meteen naar een oranje vaandel, toen eind 1813 de Fransen vluchtten en de strijd werd aangebonden met de achtergebleven garnizoenen in diverse vestingsteden. In plaats daarvan grepen sommigen van deze vrijwilligers terug op de republikeinse erfenis uit de Patriottentijd en de Bataafse republiek.

Over dit onderwerp schreef de historicus mevr. Boender recentelijk een interessant artikel, waarin ze als opening schrijft: "Historici hebben de regimewisseling van 1813 in Nederland over het algemeen vooral vanuit een nationaal perspectief bestudeerd, als (een al dan niet geconstrueerd) beginpunt van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Onderzoek naar Noord-Duitsland leert dat een stedelijk perspectief op de regimewisseling continuïteiten met de vroegmoderne tijd aan het licht brengt. De burgerlijke initiatieven om de veiligheid van de stad te bewaken bijvoorbeeld doen denken aan het betrokken burgerschap uit de vroegmoderne corporatieve samenleving."

Het gehele (Engelstalige) artikel verscheen in 2018 in het tijdschrift BMGN - Low Countries Historical Review: ‘Old citizenry’ in a new state: civic militias and political crises in Haarlem and Groningen in the first half of the nineteenth century.

Omwenteling 1795. Bewapening der burgers in de Sociëteit "De Gouden Leeuw" in de Zijlstraat (nr.87), door W. Hendriks (Regionaal Archief Kennemerland; inv.nr. NL-HlmNHA_53001222_M)

 

In de twee decennia na 1945 groeide de Nederlandse marine uit tot de op twee na grootste vloot binnen de NAVO. Eén van de aanjagers om als klein land nog zo'n grote vloot er op na te houden en internationaal prestige te behouden was de bestrijdingstaak tegen vijandelijke onderzeeboten op de Atlantische Oceaan, naast andere politieke overwegingen om nog een dergelijke grote vloot te behouden uit koloniale perspectieven in de Antillen en het Nederlandse Nieuw-Guinea. In haar studie Het kleine land met hoge kwaliteiten gaat mevr. Hofman nader in op de rol van de Koninklijke Marine bij die bestrijding van onderzeeboten.

Onderzeebootjager "Zeeland" uit de A-klasse

In haar introductie schrijft ze: "Onderzoek naar het Nederlandse aandeel aan de geallieerde onderzeebootbestrijdingstaak van de NAVO in de eerste jaren van de Koude Oorlog, 1945-1968. Hierbij wordt gekeken naar de verschillende aspecten (NAVO, Koninklijke Marine, nieuwe technologie, politiek en media) die hebben bijgedragen aan de belangrijke positie die de Koninklijke Marine innam binnen de NAVO." [... lees verder!... klik verder...]

Nadat Nederland in 1810 geannexeerd werd in het Franse keizerrijk voerde Napoleon niet alleen de dienstplicht hier in datzelfde jaar voor de landmacht, maar ook een inscriptie voor mannen om te dienen bij de Franse marine. Over dit laatste minder bekende onderwerp binnen de Nederlandse militaire historie schreef dhr. Dinjens recentelijk de studie Zuid-Hollandse zeelui voor Napoleon.

Als inleiding schrijft Dinjens: "In 1810 werd Holland ingelijfd bij het Franse Keizerrijk. Door Napoleon werd het Franse dienstplichtstelsel ingevoerd in Holland. Deze bestond uit de conscriptie en in het bijzonder de maritieme inscriptie voor de marine. Voor de maritieme inscriptie kwamen alle zeelui van 25 tot en met 49 jaar oud in aanmerking. Zij werden via een loting ingedeeld bij de Hollandse eskaders van de Franse keizerlijke marine. De vraag is wat de reactie op deze nieuwe vorm van dienstplicht was onder de Zuid-Hollandse zeelui. Gekeken wordt naar de opgeroepen zeelui en hun acties die direct in verband staan met de maritieme inscriptie."

In 2018 publiceerde B. Dinjens zijn masterthesis (Universiteit van Leiden), getiteld: Zuid-Hollandse zeelui voor Napoleon: de conscriptie en maritieme inscriptie in de Monden van de Maas, 1811-1813.

Op 18 mei j.l. organiseerde Mars et Historia een militair-historische wandeling langs de overblijfselen van het militaire kamp uit de dertiger jaren van de 19e eeuw, tijdens de Belgische Opstand. Voorafgaande hieraan gaf de rondleider, dhr. Dirk Starink een lezing, zodat iedereen met historische bagage op pad kon gaan. Voor wie daar niet bij kon zijn, hebben we al een fotoverslag gepubliceerd op deze website.

Nu voegen we daar ook de lezing aan toe van dhr. Starink, welke is geïllustreerd met vele authentieke afbeeldingen, die daarbij werden vertoont: Sporen in het landschap van de Tiendaagse Veldtocht.

Na de Tiendaagse Veldtocht van 1831 en de definitief geaccepteerde Belgische onafhankelijkheid nam Nederland vanaf 1839 een neutrale positie in tussen de Europese staten. Ons land wist zich zo aan menig militair conflict te onttrekken, waaronder de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) en de Eerste Wereldoorlog. In de laatste decennia van de 19e eeuw kreeg het neutraliteitsbegrip binnen Nederland een nieuwe impuls vanuit militair standpunt, waar op voortgezet werd. Ook na de bloedige strijd van de jaren 1914 tot 1918 hield ons land vast aan een zogenoemde gewapende neutraliteit. Waarom lukte het dan niet om deze ook te bewaren aan de vooravond van 1940? Die vraag is ook interessant in het kader van onze aanstaande stadswandeling door het Rotterdam van mei 1940!

In zijn kritische studie Het falen van de Nederlandse gewapende neutraliteit, september 1939 - mei 1940 gaat dhr. Van Gent hier op in, waarbij hij in de inleiding o.a. schrijft: "Gezien de grote gevolgen van de Duitse inval voor Nederland heeft de vraag hoe dit had kunnen gebeuren veel aandacht gekregen. De historici hebben bij de beantwoording van deze vraag doorgaans niet bepaald mild geoordeeld over het crisismanagement van de Nederlandse vooroorlogse regeringen."