kareldoorman.jpg

Atjeh: het verhaal van de bloedigste strijd uit de Nederlandse koloniale geschiedenis; door A. Stolwijk.

Uitgeverij Prometheus, 2016, 264 blz., ISBN 9789035143777. € 19,95

Een frisse wind door een stoffig onderwerp.

Voor de Tweede Wereldoorlog was de Atjeh-oorlog een geliefd onderwerp voor boeken. Na de oorlog verscheen er in 1969 nog het boek De Atjeh-oorlog door Paul van 't Veer. Daarna werd het verdacht rustig. Ja, er zijn daarna een paar detail-studies verschenen die helaas amper in het oog sprongen. Het gros van wat er verder nog verscheen waren echter van clichés overlopende en niets toevoegende boeken, die ik gemakshalve maar aanduid als Tempo-Doeloe lectuur.

Stolwijk heeft met zijn boek eindelijk die trend doorbroken. Hij bezocht Atjeh een paar jaar na de grote tsunami en sprak met de mensen aldaar. Die gesprekken verbind hij, op een zeer oorspronkelijke manier met korte episodes uit de Atjeh-oorlog. Het boek is zodoende geen saaie beschrijving van de gehele Atjeh-oorlog. Het is een levendig en vlot geschreven hedendaags verhaal geworden. Hij houd wel de historische tijdlijn in ere maar een puur militair-historische geschiedschrijving valt het niet te noemen. Zowel militair als historisch gezien staan er overigens wel behoorlijke onnauwkeurigheden in. Maar om die feitelijke correctheid draait het niet bij dit boek. Hij beschrijft hoe er tegenwoordig in Atjeh zelf over de Atjeh-oorlog gedacht wordt. Daarmee voegt hij, na vele barre jaren, eens iets zinnigs toe aan de literatuur over de Atjeh-oorlog.

Vrij van clichés is ook zijn boek niet maar Stolwijk blijkt wel benul te hebben waar de Atjeh-oorlog echt om draait. Geheel terecht ziet hij dat na de onderwerping van het wereldlijke gezag, de strijd werd overgenomen door de geestelijke leiders. De Atjeh-oorlog ontaarde daardoor van een vrijheidsoorlogs in een jihadistische strijd. Zo'n soort strijd is echt iets anders dan een conventionele oorlog. Het is vergelijkbaar met de huidige strijd tegen Al-Qaida en IS. Ook met de golf van zelfmoordaanslagen in Europa zijn er parallellen. Dat het KNIL in Atjeh dus enige tijd nodig heeft gehad om daarop een doeltreffend antwoord te verzinnen, is dan eigenlijk ook niet echt verwonderlijk.

In Nederland is de Atjeh-oorlog dan wel uit de wetenschappelijke gratie geraakt maar de bestudering ervan, in het licht van een jihadistische strijd, is behoorlijk actueel aan het worden. Zo zou een nadere bestudering van Snouck-Hurgronjes altijd verfoeide ambtsadviezen, tegenwoordig waarschijnlijk anders beoordeeld worden dan voorheen. Gelukkig heeft hij ook door dat de Atjehers de strijd tegen de Blanda's helemaal niet gewonnen hebben. De Hollanders hebben ze nooit verdreven want dat hebben de Japanners gedaan. Hun vrijheid hebben ze ook nooit teruggekregen want na de Japanse bezetting nam het Indonesische leger het roer in handen. Na al die jaren van strijd staan de Atjehers dus nog steeds met lege handen.

In Nederland is de aandacht voor de Atjeh-oorlog tanende maar ook de oudjes in Atjeh klagen dat de jeugd van tegenwoordig geen interesse heeft in hun eigen geschiedenis. Stel nu eens dat Stolwijk bij zijn bezoek aan de Atjeehse historische club het standpunt had verkondigt dat de Atjehers de oorlog helemaal niet gewonnen hebben. En dat zelfs het idee van een gelijkspel al moeilijk te bewijzen zou zijn. Zou het boek er dan anders hebben uitgezien? Waarschijnlijk niet want slechts de verwondering over de Nederlandse woordenschat van de dochter van Panglima Polim galmt daar nog heel even na; 'afblijven, dank u wel,alstublieft'.

Recensie geschreven door Henry Klom voor de website van Mars et Historia (December 2016).