mldvliegtuig.jpg

In de strijd tegen Duitsland werd het de Geallieerden al snel duidelijk om de grondtroepen te voorzien van een sterke ondersteuning van gevechtsvliegtuigen die snel van nabij kon ingrijpen. Zeker na het mislukken van Operatie Market Garden eind september 1944. Overal in bevrijd gebied werden in geschikte terreinen tijdelijke vliegvelden aangelegd, waarvan het bestaan tegenwoordig al weer vrijwel is verdwenen, laat staan dat er nog restanten terug zijn te vinden. 

Toch is er nog informatie beschikbaar online over o.a. de Airstrip B82 bij Grave op de website Bommeltjes. En dhr. Been heeft een prachtige uitgebreide website opgezet over een vliegveld bij Malden, dichtbij Nijmegen getiteld Airstrip B91. Het verdwenen vliegveld "Kluis bij Nijmegen". Beide websites geven informatie over de vliegvelden zelf, maar ook over de militaire operaties en de eenheden die er tijdelijk gevestigd waren in de oorlog.

Halverwege de jaren 60 van de 19e eeuw werden er grote wijzigingen doorgevoerd in de rangonderscheidingstekens op de uniformen van het Nederlandse leger. Officieren kregen op de opstaande kragen emblemen met sterren in goud en zilver, en bovendien werden er ook nog eens kwasten en vangsnoeren toegevoegd. Een bonte verzameling was het resultaat, welke we tegenwoordig nog vaak terugzien bij de ceremoniële uniformen van vele regimenten.

In het voormalige jaarboek Armamentarium van het Legermuseum vonden we een artikel hierover terug dat hier online is te lezen, getiteld De officier distinctieven in het Nederlandse leger na 1815.

Halverwege de 13e eeuw bleken er vele krijgers uit de Friese gebieden, van wat we nu betitelen als de huidige provincie en ook Noord-Holland, Groningen en de Duitse kustgebieden langs de Noordzee, gehoor te geven aan de oproep om deel te nemen aan de bevrijding van het Heilige Land en de stad Jeruzalem. Wat daarbij opvalt is dat vele van deze Friezen geen edele of ridderlijke achtergrond hadden. Bovendien bleken de onderling oorlogszuchtige Friezen ook nog eens goed in te zetten voor het doel van de kruistochten.

Hierover schreef de historicus dhr. Mol uitvoerig in het Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis uit 2001, getiteld Friese krijgers en de kruistochten.

Eind december verschijnt het vierde nummer van ons militair-historische tijdschrift Mars et Historia.

Ditmaal met drie artikelen en een boekbespreking:

  • Heldendood Karel Doorman een mythe – drs. R. Enthoven en dr. P.C. Boer 
  • De vestingwerken van Naarden – Jeroen van der Werf 
  • Kraagbelegsel kolonel General Staf KNIL veldtenue model 1941 – Marc Lohnstein 
  • Boekbespreking – Wiel en rups. Voertuigen van de landmacht 1945-2015

Aan het einde van de Britse heerschappij op Java eind 1814-15 sijpelden langzaamaan de berichten binnen van het verlies van Napoleon in Europa, en het wellicht spoedige herstel van de Nederlandse heerschappij. Tegelijkertijd ontstond er onrust onder de Brits-koloniale troepen uit India die ook op Java gelegerd waren. Zouden zij terugkeren naar India, of in dienst overgedragen worden naar Nederland? Wat hiervan te denken! Een samenzwering ontstond onder de Bengaalse Sepoy bataljons, welke werd aangewakkerd door het centraal-Javaanse hof van Surakarta om zelf een belangrijke rol op te eisen op et eiland, gedurende deze onduidelijke periode om de macht. 

De opstand van de Sepoy bataljons mislukte uiteindelijk en alhoewel ze allen terugkeerden naar India, bleven er nog genoeg van hen achter op Java in hun opruiende rol om na 1815 het Nederlandse bestuur van de nieuwe kolonie Nederlands-Indië genoeg problemen te veroorzaken, zoals tijdens de Java oorlog (1825-1830).

Over dit onderwerp schreef de Britse historicus Carey een artikel welk alweer gepubliceerd werd in 1977 in het tijdschrift Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde, getiteld The Sepoy conspiracy of 1815 in Java