infanterie.jpg

Voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog behoorde Nederland, naast Groot-Brittannië en Duitsland, tot de toplanden in de ontwikkeling van de nieuwe en moderne radartechnologie. In mei 1940 werd zelfs nog één van deze toestellen ingezet, tijdens de Duitse overval. Nog voordat de techniek verder in Duitse handen kon vallen, gingen de ingenieurs aan boord van een Brits oorlogschip richting Engeland om de geallieerde zaak daar verder met hun kennis te helpen.

Lees er o.a. alles over in een artikel uit het Defensiemagazine, getiteld Terug naar de toekomst: radar opent de ogen.

Ook is er meer te lezen over de ontwikkeling van de Nederlandse radar op de website van het Museum Waalsdorp, in het online artikel "Elektrisch luistertoestel" 1936-1941.

Let op! Het onderwerp radar zal ook zeker terugkomen bij ons symposium over camouflage dit jaar.

 

In 2021 bestaat de militair-historische vereniging Mars et Historia 55 jaar.

Dit jubileum wordt gevierd met een voorgenomen symposium over het thema camouflage, te organiseren op 9 oktober a.s. in het Nationaal Militair Museum te Soesterberg.

Naast dit symposium zal ook een jubileumboek over het thema camouflage verschijnen eind 2021.

Volg de website voor meer informatie, zoals het digitale museum, en de pagina Activiteiten.

Nederlandse troepen in wintercamouflage met een Böhler 47mm anti-tank kanon (winter 1939-1940)

Als de grote veldslagen om Verdun en bij de Somme nog woeden in Noord-Frankrijk beseft het opperbevel van het Nederlandse leger dat het hoog tijd is om het gemobiliseerde eigen leger te testen, inclusief de meest moderne middelen die zijn opgekomen tijdens de eerste jaren van de Eerste Wereldoorlog. Legermanoeuvres waren net als in elk land voor 1914 elk jaar al aan de orde, en zo ook tijdens de mobilisatie sinds 1914. Nu was het echter hard nodig om te zien of de Vesting Holland succesvol verdedigd kon worden tegen een invasie van één van de oorlogvoerende partijen.

Op de achtergrond speelde continu de neutraliteit, de dreiging van de zand- en grindkwestie waarover we laatst berichtten, en ook de Duitse plannen om in 1916 eventueel Zeeland binnen te vallen, waardoor de kustverdediging ook de nodige aandacht moest krijgen. Vandaar dat in september 1916 grote legermanoeuvres werden georganiseerd, welke beschreven worden door de militair-historicus dhr. Klinkert in een artikel uit 2007, getiteld 'Om den oorlogstoestand zooveel mogelijk na te bootsen...' De grote legermanoeuvres van 1916 in Noord-Brabant.

In de jungle, en in de moerasgebieden aan de kust van Suriname leefden in de 18e eeuw diverse groepen van gevluchte Afrikaanse slaven die hun vrijheid hadden hernomen met hun nakomelingen (Marrons). Dit was een doorn in het oog van de toenmalige plantagehouders, die regelmatig overvallen werden, en het gevestigde koloniale gezag. Er werden zelfs militaire expedities opgezet, zoals ten tijde van de Boni-oorlog (1765-1776). Al snel bleek dat de Europese oorlogsvoering geheel niet kon worden toegepast in het landschap van Suriname, waar de vrije Boscreolen zich ondanks vele slachtoffers, vaardig wisten te verdedigen in een guerrillaoorlog.

Over dit onderwerp schreef dhr. J.A. de Moor een artikel in het voormalige jaarboek Armamentarium, getiteld Oorlog met de bosnegers in Suriname. Voor de Boni-oorlog en de vermoedelijke plaats van het Fort Boekoe, kan men terecht op de website Wikiwand: Fort Boekoe.

 

In een ander bericht op deze website in de rubriek Recent Onderzoek, hebben we onlangs ook aandacht geschonken aan autochtone krijgers en (het herstel over) de beeldvorming omtrent hun, in een onderwerp over krijgergroepen in de Indische archipel ten tijde van de VOC.

Vanaf 1915 tot ver in 1918 vervoerden de Duitsers grote hoeveelheden zand en grind aan richting België over Nederlandse rivieren en kanalen, onder het mom van het verbeteren van de wegen en infrastructuur. Tot op zekere hoogte was dat waar, maar veel van dit materiaal werd gebruikt om bunkers en pillboxes te bouwen ter versterking van de loopgraaflinies aan het Westelijk front. De Entente landen Engeland en Frankrijk lieten dit veelal oogluikend toe. Ook omdat de inlichtingendienst van de Nederlandse generale staf regelmatig op onderzoek uit kon gaan, en zo via spionage, het uitwisselen van informatie richting de Entente landen, en meer, de neutraliteit kon waarborgen van Nederland.

Desondanks werd zeker in 1917 na de mislukte offensieven, zoals bij Passchendaele, deze neutraliteit door de Britten serieus in twijfel getrokken. En niet voor de eerste keer. Nederland zou weleens de oorlog ingetrokken kunnen worden!

Dit verhaal is de geschiedenis ingegaan als de 'zand en grind kwestie' en wordt door dhr. Dr. Hijzen uitvoerig beschreven in de Militaire Spectator uit 2018 in een artikel, getiteld GS.IV en de Zand- en Grindkwestie: inlichtingen en neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog.