f16.jpg

Nu de film De Slag om de Schelde eindelijk in de bioscopen vertoont gaat worden, is het ook interessant om te weten hoeveel Geallieerd materiaal tijdens deze grote slag in Nederland in 1944 door de gevechten werd beschadigd en achterbleef rondom het dorp Westkapelle in de eerste jaren na de bevrijding. Die taak heeft Jakko Westerbeke op zich genomen enkele jaren terug, en gepubliceerd in een gratis te verkrijgen boekwerk. Hierin worden alle tanks in detail beschreven, qua type, bewapening, camouflage, markeringen en andere bijzonderheden. Werkelijk een schitterend stuk onderzoekswerk!

Het boekwerk kan gratis gedownload worden in print of pdf-versie op de website van dhr. Westerbeke: Tankwrakken op Westkapelle.

Met de val van de kolonie Nederlands-Indië begin 1942 werden zo veel mogelijk Nederlandse militairen geëvacueerd richting Australië. Zo ook grote delen van de luchtvaarttak van het KNIL, samen met enkele honderden leerlingen en vlieginstructeurs. Al gauw bleek ook Australië door een Japanse invasie bedreigd te worden, en besloot men de gehele vliegopleiding over te plaatsen naar de Verenigde Staten, waar in mei 1942 de Royal Netherlands Military Flying School haar taken begon op de Jackson air base in de staat Mississippi. Tot aan februari 1944 werden hier Nederlandse gevechtspiloten en grondpersoneel opgeleid. Naast personeel uit Indië trok de opleiding ook vrijwilligers aan uit de VS en Canada, en zelfs Engelandvaarders.

Deze hele geschiedenis is te zien in een documentaire (speelduur 54 minuten) van Mississippi Public Broadcasting, getiteld Dutch wings over Jackson.

Nederlandse vliegers in opleiding te Jackson (foto uit de collectie Mississippi Department of Archives and History, Z/0839.001/S)

 

Eind van de 15e eeuw genoten de Friese landen nog altijd van hun heerloze vrijheid binnen het Heilige Roomse Rijk, maar waren ze wel onderling verdeeld en heersten er vele onderlinge vetes die vaak bloedig werden uitgevochten. In deze periode waren de partijen onderverdeeld in de Schieringers en de Vetkopers. Deze laatsten maakten zich rond 1498 op om de overwinning te behalen en de in het nauw gedreven Schieringers deden dan ook een beroep op de nieuw aangestelde landheer Albrecht van Saksen om hen te helpen. Met een vele malen kleiner leger van huurlingen en lokale Friezen wisten ze vlak bij Laaxum in 1498 de Vetkopers te verslaan, wat vrijwel het einde zou betekenen van de Friese vrijheid en het begin van de onderwerping aan het centrale gezag.

De historicus Mol schreef over deze belangrijke veldslag, die zich eigenlijk dichterbij Warns afspeelde(!), in Millenium, Tijdschrift voor middeleeuwse studies (1999), een artikel getiteld Het militaire einde van de Friese vrijheid: de slag bij Laaxum, 10 juni 1498.

Na het Rampjaar 1672 waar de Fransen zeer dichtbij kwamen om de Nederlandse republiek te verslaan en er voor Utrecht geïmproviseerde inundaties waren opgeworpen in het laaggelegen terrein, ontstond erna onder het bewind van de stadhouder-koning Willem III al gauw het inzicht voor toekomstige oorlogen om langs diverse grensgebieden deze te versterken met aaneengeschakelde fortenlinies. Daarbij moest het dat werd uitgekozen makkelijk te verdedigen zijn, en voor zover mogelijk ook gebruik maken van onderwaterzettingen en de vele rivieren die door het grondgebied stroomden van de Republiek.

Tijdens de volgende Negenjarige Oorlog (1688-1697) vielen wederom diverse Nederlandse vestingen, maar rees de ster van de militair en ingenieur Menno van Coehoorn. Als commandant wist hij menigmaal de verloren steden weer terug te veroveren. Aangezien de spanningen in Europa weldra weer op de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) uitliepen, en ervoor al de noodzaak werd gevoeld, werd Van Coehoorn in de tussenliggende periode aangesteld om de fortificaties en linies te verbeteren. Die werkzaamheden brachten hem een faam die heden ten dage nog geldt als fortenbouwer.

Over deze nieuwe impuls voor de vestingbouw in de Republiek schreef dhr. Hoof een artikel in het tijdschrift BMGN - Low Countries Historical Review (Nr. 4, 2003), getiteld Nieuwe manieren, sterke frontieren. Het bouwconcept van Menno van Coehoorn en zijn aandeel in de verbetering van het verdedigingsstelsel.

Op onze website publiceerden we in 2016 ook al een artikel van dhr. Hoof, getiteld Waterlinies in Nederland!

 

Wanneer de NAVO in 1949 wordt opgericht en Nederland mede-bondgenoot wordt voor de verdediging van het vrije Westen tegen de communistische dreiging uit het oosten, lijkt alles koek en ei voor de verdediging van het land. Maar al snel blijken er bij andere bondgenoten begin jaren '50 van de vorige eeuw andere visies te bestaan over hoe het NAVO-grondgebied verdedigd moet worden, en blijkt bovenal daarbij Nederland buiten de boot te vallen. Hoe moet dit naar de bevolking gecommuniceerd worden? Hoe denkt de NAVO er zelf over, en hoe kan de Nederlandse regering hier op antwoorden terwijl haar krijgsmacht nog maar net in opbouw is.

In een artikel gaat de militair-historicus dhr. Hoffenaar hier gedetailleerd op in, gepubliceerd in het tijdschrift BMGN - Low Countries Historical Review (Nr. 2 uit 2004), getiteld ‘Wordt Nederland verdedigd?’ De discussie over de hoofdverdedigingslinie van de NAVO in het begin van de jaren vijftig.

NAVO vergadering begin jaren '50.