vliegtuigen.jpg

Aan het begin van de Tachtigjarige oorlog waren vele steden genoodzaakt hun verdedigingswerken te moderniseren. Stenen stadswallen werden vervangen door omwallingen van aarde met uitgebreide variaties om de vijand op afstand te houden. Uiteindelijk zou dit zeer specifieke systeem later bekend worden als het Oudnederlandse vesting stelsel.

Interessant is dat daar begin 17e eeuw ook onderwijs in werd gegeven, zoals door de hoogleraar Petrus van Schooten op de Leidse hogeschool. De historicus dhr. Reinders schreef een uitgebreid artikel over Schootens' theoretische werk Van de Fortificatie, en onderzoekt hoe actueel het werk destijds was op het gebied van vestingbouw. Lees diens artikel uit 1995, getiteld Van de Fortificatie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog beschikte ons land al over twee zogenaamde MAC-schepen, oftewel omgebouwde koopvaardijschepen met een vliegdek en enkele toestellen aan boord, om konvooien over de Atlantische Oceaan te beschermen. Het allereerste echte vliegkampschip was de Karel Doorman, maar dan niet degene die we later kennen. Nee, het betrof hier de uit Britse dienst overgenomen HMS Nairana, omgedoopt tot Karel Doorman met als boegnummer QH-1, en welke bij de Koninklijke Marine in dienst was van 1946 t/m 1948.

Wie meer over het eerste vliegkampschip wil weten moet zeker de volgende webpagina's bezoeken van Vlaggeschip Smaldeel 5, met informatie, foto's, reisverslagen, tekeningen, en meer...: QH-1 '46-'48 index.

 

Al tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de bevelhebbende officieren in het Nederlandse leger ervan overtuigd, dat de manschappen voor de nieuwe vorm van oorlogsvoering hun kepies dienden te vervangen met een helm.

Over de verschillende vormen van helmen schreef de militair historicus Cees Schulten, als jaar en dag lid van onze vereniging en oud hoofd van de Sectie Krijgsgeschiedenis van de Landmacht, in 1984 een overzichtsartikel in de Militaire Spectator, getiteld De Nederlandse helm nieuw model (1927).

Nederlandse helm model M34

Merkwaardiger wijze is in de (Britse) geschiedschrijving over de Slag bij Waterloo in 1815 het beeld ontstaan dat hun Nederlandse bondgenoten zich meermaals of laffe wijze gedroegen. Zo zou volgens beschrijvingen de gehele brigade van generaal Van Bijlandt aan de haal zijn gegaan en de drie regimenten zware cavalerie onder generaal Trip op een gegeven moment geweigerd hebben te chargeren.

Hoe is dat beeld ontstaan en wat is er eigenlijk (niet!) waar? Wat betekenen in tegenstelling daarmee heldendom, eer en moed op het slagveld en was dat dan wel degelijk van toepassing op de Nederlandse troepen? Daarover scheef in 2016 historicus Jos Gabriëls een interessant artikel in het blad Tijdschrift voor Geschiedenis, getiteld ‘The Belgians ran at the first shot’: de slag bij Waterloo en de retoriek van de lafheid.

In 1943 wist de Militaire Luchtvaartafdeeling van het KNIL ondanks beperkte middelen naast een squadron lichte bommenwerpers ook nog een squadron jachtvliegtuigen op te richten, namelijk het 120 Squadron binnen de Australische RAAF. Luchtvaarthistoricus en al decennia lang lid ook van onze vereniging, dhr. P.C. Boer schreef een opmerkelijk artikel over dit squadron, de mensen erachter, de logistiek en de gevechtsacties vanuit Australië en later Nederlands Nieuw-Guinea tot aan de terugkeer in 1946 op Java.

Lees het gehele artikel welke we hier in pdf-formaat aanbieden: Fighter units of the Netherlands East Indies Army Air Corps and their Curtiss P-40N, North American P-51D/K and other aircraft in Australia and Dutch New Guinea, December 1943-May 1946: the story of 120 (N.E.I.) Squadron RAAF, the Fighter Pool of the N.E.I.-Personnel & Equipment Pool and 121 Squadron.

Ook dit onderwerp mag in 2020 niet vergeten worden in het kader van de viering 75 jaar bevrijding.