medailles.jpg

Niet iedereen was altijd geschikt om de discipline binnen de krijgsmacht te aanvaarden. Zo ook niet de tot de rang van sergeant opgeklommen Philip Jasper Hoek die tijdens de lange mobilisatieperiode van 1830 tot 1839 uiteindelijk deserteert en zelfs overloopt naar België, door te vluchten naar Ieper. Uiteindelijk wordt hij opgepakt en voor de Nederlandse krijgsraad ter door veroordeeld. Hoek's verhaal is er eentje van de kleine militaire historie, of dat van de human interest.

Hoe zijn verhaal geheel verloopt en na de krijgsraad toch nog verder gaat, is te lezen in een webartikel van het Zeeuws Archief, getiteld De desertie van sergeant Hoek tijdens de Belgische Afscheiding (1830-1839).

Het atoomwapen deed zijn intrede in Nederland in 1953, toen de krijgsmacht allereerst bekend raakte met atoomgranaten voor de artillerie, en later met korte afstand raketten zoals de Honest John. Bij een eventuele Russische aanval op NAVO grondgebied zouden deze wapens op tactisch niveau ingezet worden. Wat hield dat precies in, en wat zou de inzet betekenen van atoomwapens voor de eigen troepen en de burgerbevolking? 

Over dit alles schreef dhr. Sanders recentelijk in 2020 een artikel voor de Militaire Spectator, getiteld Tactische kernwapens in de Nederlandse landmacht 1953 - 1968: vuursteun of afschrikking?

Vergeet ook niet terug te kijken naar ons eerdere webartikel Oorlog op de Noord-Duitse laagvlakten!

 

 

Welke officieren moest koning Willem I voor zijn nieuwe land en leger aanstellen gedurende de periode 1814 - 1815, zodat zijn krijgsmacht overal op een optimale wijze voorzien zou zijn van het beste commando? Aan de ene kant waren er vele hooggeplaatste adellijke oranje-aanhangers die voor 1795 loyaal waren geweest, maar in de periode van de napoleontische oorlogen geen enkele nieuwe ervaring hadden opgedaan. Aan de andere kant waren er die officieren met soms meer dan twintig jaar ervaring op de laatste slagvelden. Wie kon Willem I vertrouwen van deze Nederlanders? Zeker toen zijn gezag zich uitbreide over de Belgische provincies medio 1814, wanneer ook Belgische officieren in aanmerking kwamen voor commandoposten binnen het jonge en nieuwe Nederlandse leger.

Over dit onderwerp schreef de historicus Jos Gabriëls in 2013 in het Tijdschrift voor Geschiedenis een artikel, getiteld Betrouwbaar of bekwaam: ideologie en professionalisme bij de keuze van generaals voor het nieuwe Nederlandse leger, 1814-1815.

 

Naast de belegeringen van Groningen en Coevorden, Naarden en Muiden, werd ook eind 1672 de vestingstad Gouda bedreigt door de oprukkende Franse troepen van koning Lodewijk XIV. In de buurt van Gouda vielen al snel Woerden en Bodegraven. De natuurlijke verdediging middels water inundaties van de Oude Hollandse Waterlinie was ook niet op zijn sterkst vlakbij de stad, dus er moest snel geregeerd worden door de stad met Staatse troepen te versterken.

Over deze periode van 1672 en het volgende jaar schreven de historici Enderink en Ouweneel in 2018 een artikel voor het blad Tidinge van het Goudse historische vereniging, getiteld Garnizoensstad Gouda: winter achter de waterlinie.

Wierickerschans oost van Gouda, gebouwd in 1673.

In 1814 probeerden zowel Oostenrijk, Pruisen en Nederland hun machtsstreven over de verdeling van het huidige België kracht bij te zetten door het lokaal oprichten van militaire eenheden. Nederland deed dat onder andere met de zogenaamde Luikerwalen. Welke voorkeur hadden de Belgen echter zelf om bij in dienst te treden?

Voor de stad Tongeren onderzocht de historicus dhr. Govaerts dat uit in een artikel gepubliceerd in 2017 in De Bulletin. Verzameling van opstellen over Tongeren en omgeving, getiteld Tongerse soldaten in de slag bij Waterloo, 18 juni 1815.