mldvliegtuig.jpg

Op 10 mei 1940 lag de 1e Afdeling van het 16e Regiment Artillerie in het Land van Maas en Waal rondom de dorpjes Bemmel en Wamel. Als onderdeel van de Brigade B werd het daarna snel verplaatst richting de Grebbeberg, om daar de aanwezige artillerie te versterken. Koos Duivesteijn diende in deze dagen bij de 2e Batterij als richter van een 7-Veld artilleriestuk.

Zijn verhaal werd opgetekend door zijn kleinzoon (webmaster van deze website) en in 2016 gepubliceerd in het blad Mars et Historia. Vervolgens werd het ook beschikbaar gesteld op de website van het Oranje comité van Bleiswijk, waar Koos Duivesteijn vandaan kwam. Lees hier zijn persoonlijk opgetekende verhaal over een Artillerist achter de Grebbeberg.

Koos Duivesteijn (geheel links) bij instructie met een 7-Veld stuk

Op 10 mei 1940 lag soldaat Jan Kramer van het 10e Regiment Infanterie met zijn sectie bij Buursteeg, net iets zuidoostelijker van het Fort aan de Buursteeg, toen de oorlog uitbrak. Tijdens de mobilisatie maakte hij vele tekeningen, waaronder die van het zicht vanuit zijn stelling over het land waarover ook de Duitsers zouden oprukken. Die tekening is tegenwoordig in het bezoekerscentrum van het fort te zien.

Ook hield hij een dagboek bij, wat te lezen is op de website van Oud Scherpenheuvel via de volgende weblink BERICHT UIT DE VOORPOSTEN 1-II-10 R.I. 2e Sectie MEI 1940.

Begin jaren zestig van de vorige eeuw begint de Indonesische republiek actief met het infiltreren van haar strijdkrachten in de laatste Nederlandse kolonie in de oost, te weten Nieuw-Guinea. Deze infiltraties mislukken veelal, na strijd met Nederlandse troepen, waaronder ook die van de luchtmacht en marine. Door internationale druk van Amerika en de Verenigde Naties komt het niet verder tot een openlijke oorlog, en wordt onder druk uiteindelijk ten nadele van Nederland en de Papoea's de kolonie overgegeven aan Indonesië. Dit tot grote desillusie nog altijd heden ten dage van de Papoea's.

Voor de Nederlandse troepen die er destijds heen gestuurd werden, was de kolonie vol verrassingen en de strijd vol ervaringen en soms teleurstellingen na de politieke overgave. Vijf van die veteranen vertellen hun verhaal in de VPRO documentaire van het programma Andere Tijden, in Nieuw-Guinea, Neerlands laatste oorlog (speelduur ± 30 minuten).

 

 

In de strijd tegen Japan werd de bevrijding van Nederlands-Indië op het tweede plan gesteld door de Geallieerde commandanten in de Stille Oceaan. Wel werd in 1944 Nieuw-Guinea bevrijdt door Amerikaanse strijdkrachten, om vanaf daar een springplank te verkrijgen richting de Filippijnen.

Over de strategie van de Amerikaanse bevelhebber voor de landstrijdkrachten generaal McArthur, om de Japanners telkens te verdrijven middels een massale inzet van zowel geschut van de marine, dekking door de luchtmacht, en vervolgens amfibische aanvallen van de infanterie, schreef de voormalig commandant van de Mariniers, dhr. Schoonoord in 1995 een artikel in de Militaire Spectator voor de bevrijding van Nieuw-Guinea, getiteld Triphibious warfare op Nieuw-Guinea, 1943-1944.

Landingen bij Hollandia, waarschijnlijk Tanahmera Bay.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd in Nederland het initiatief genomen om de landmacht te versterken met vrijwillige burgereenheden, te weten de Vrijwillige Landstorm. Het was gedurende deze periode geen onverdeeld succes, met maar zo'n 7000 aanmeldingen. Echter tijdens het Interbellum groeide de organisatie uit tot zo'n 90.000 vrijwilligers, veelal verdeeld over speciale korpsen zoals de Motordienst, Vaartuigendienst, Spoorwegdienst, Luchtwachtdienst en de Luchtafweerdienst. Zo'n 40-duizend man hiervan zouden uiteindelijk ook deelnemen aan de strijd in de meidagen van 1940.

Over deze vrijwillige burgerdienst heeft dhr. Kees van der Windt onder auspiciën van de Stichting de Nationale Landstorm Commissie een bijzondere website onlangs opgezet, die de komende jaren nog met meer informatie uitgebreid zal worden, en is te vinden via de volgende weblink Vrijwillige Landstorm.