vliegtuigen.jpg

Wanneer de Britten en Nederlanders in 1806 in een enkele beslissende veldslag strijden om het bezit van de Kaapkolonie, wordt er ook een veldhospitaal opgezet waar tot zeker tien dagen na het gevecht de gewonden van beide zijden worden verzorgd. Lange tijd werd aangenomen dat dit hospitaal zich zou hebben bevonden op of nabij de boerderij van ene Justinus Keer. Maar dat bleek helemaal niet zo vanzelfsprekend, met een andere locatie als mogelijke kandidaat. Vandaar dat er in Zuid-Afrika archeologisch veldonderzoek werd verricht, met verrassende resultaten.

Deze resultaten zijn samengevat in een artikel van dhr. Marius Breytenbach, getiteld Locating the battle of Blaauwberg (1806) field hospital.

Bijzonder is dat ook in ons laatste Nr. 3 van het tijdschrift Mars et Historia door de historicus Kees Schulten aandacht is besteedt aan deze veldslag.

Bovendien kun je hier in onze rubriek Recent Onderzoek nog meer lezen over archeologisch onderzoek naar het hele slagveld Blaauwberg, voor een beter begrip.

Zoals we al eerder vermelden hier op de website heeft dhr. Tjepkema een opinie-artikel geschreven in ons recente Nr. 3 van het kwartaalblad Mars et Historia, over het huidige onderzoek over de periode 1945 - 1949 toen Nederlandse strijdkrachten zich in de kolonie Nederlands-Indië inzetten voor het behoud hiervan. Zijn opinie-artikel welke is gepubliceerd in ons meest recente nummer van Mars et Historia, gaat in op een aantal zaken zoals ingenomen door het officiële onderzoek dat wordt uitgevoerd door het NIOD, KILTV en het NIMH. Dat er hierover geen eenduidige mening bestaat is duidelijk, laat staan dat sommige organisaties zich niet vertegenwoordigd voelen bij het onderzoek.

Zoals altijd op de website van Mars et Historia hebben we diverse studies de aandacht gegeven in onze rubriek Recent Onderzoek, over deze periode van de Indonesische onafhankelijkheidstrijd gedurende de jaren 1945-1949, en dus ook het Nederlandse perspectief. Het is dus zeker interessant om de diverse meningen hier weer te geven.

Diverse mensen die reageren namens veteranenorganisaties of op eigen titel nemen nu hun stellingen in. Online presenteert bijvoorbeeld dhr. Kruize (kol. b.d.) een bijdrage getiteld Meerjarenonderzoek Nederlands-Indië, 1945-1950: en hoe de geschiedenis dreigt te worden gekleurd. En wanneer vermeend excessief geweld juist in een bepaalde militaire actie nader begrepen moet worden kan dit gelezen worden in een brijdrage van dhrn. Somers en Tjepkema, getiteld De affaire Pesing: richtte een ovw-bataljon een bloedbad aan?

Er is echter ook een andere kant om naar deze dekolonisatieperiode te kijken.

Waar echter al een schaduw vooruit wordt geworpen met de verwachting dat veteranen beschuldigd zullen worden aan deelname aan een foute oorlog, probeerden de huidige onderzoekers deels ook al licht te werpen op hun tussentijdse vorderingen in het historische onderzoek. Ook dat is nog niet aan de orde gekomen en verdient dus aandacht. Het online beschikbare tijdschrift Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden (Low Countries Historical Review) van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap heeft in haar recente nummer daar aan de ruimte gegeven voor verschillende artikelen, te lezen in Issue 2 - Jaargang 2020.  In  dat nummer aandacht voor excessief geweld, technisch geweld, vergelijkingen met andere dekolonisatie oorlogen, en meer.

 

 

Om de landmacht van voldoende professionele onderofficieren te voorzien, werden halverwege de 19e eeuw als diverse initiatieven ontplooid. Na 1945 werd dit verder gecentraliseerd allereerst in de OOS, oftewel Onderofficiersschool, die uiteindelijk werd omgevormd om het aanzien te verhogen naast de officiersopleiding aan de de KMA, in de Koninklijke Militaire School.

In 1991 schreef dhr. Bevaart in de Militaire Spectator een overzichtsartikel, getiteld Vijftig jaar Koninklijke Militaire School.

Met het bezoek aan de historische collectie in het vooruitschiet in november, presenteren we hier deze informatie alvast.

21 schoten, 101 kanonschoten, een saluut bij een overleden militair, of de gepaste groet voor een generaal. Wie krijgt de juiste hoeveelheid eerbetoon?

In een kort artikel wijst dhr. Daams ons hier op en legt de verschillen uit, getiteld Saluutschoten.

In 2021 viert de vereniging Mars et Historia haar 55-jarige bestaan.  Naar aanleiding hiervan zal een groots opgezet symposium worden georganiseerd rondom het thema camouflage.

Vanuit diverse invalshoeken voor de krijgsmacht zal gekeken worden naar het gebruik van camouflage voor troepen, voertuigen, schepen en vliegtuigen. Uiteraard ontbreekt het technische aspect ook niet, als het gaat om detectiemethodes middels sonar, radar, digitale techniek en het ontkomen hier aan via stealth.

Zoals alle plannen er nu uitzien zal het symposium georganiseerd worden in het Nationaal Militair Museum te Soesterberg. De datum staat al vast... zaterdag 9 oktober 2021.

De dag van het symposium zal gevuld worden met diverse lezingen van sprekers. Die lezingen zullen samen met ander materiaal verwerkt worden in een prachtig jubileumboek, dat tegelijkertijd zal uitkomen.

Op de website van onze vereniging openen we binnenkort een extra menupagina, waar alle leden een bijdrage kunnen geven met unieke objecten uit hun eigen militair-historische collectie die gerelateerd zijn aan het thema camouflage. Enkele foto's met begeleidende tekst als blogberichten maken zo richting het symposium een uniek online museum.

Hou onze pagina Activiteiten in de gaten voor meer informatie om u volgend jaar aan te melden voor deelname aan deze prachtige dag.