kareldoorman.jpg

In 1814 probeerden zowel Oostenrijk, Pruisen en Nederland hun machtsstreven over de verdeling van het huidige België kracht bij te zetten door het lokaal oprichten van militaire eenheden. Nederland deed dat onder andere met de zogenaamde Luikerwalen. Welke voorkeur hadden de Belgen echter zelf om bij in dienst te treden?

Voor de stad Tongeren onderzocht de historicus dhr. Govaerts dat uit in een artikel gepubliceerd in 2017 in De Bulletin. Verzameling van opstellen over Tongeren en omgeving, getiteld Tongerse soldaten in de slag bij Waterloo, 18 juni 1815.

Ook op het platteland werden eind 18e eeuw pogingen ondernomen om genootschappen op te richten van de Patriottenpartij, veelal gepaard gaande met gewapende exercitie eenheden. 

In een boeiend artikel over een dergelijk voorbeeld in de dorpen Maarssen en Maarsseveen vertelt de historicus dhr. Joop Uppelschoten, gepubliceerd in 1987 in het Jaarboek Oud-Utrecht, getiteld Burgerwapening in Maarssen en Maarsseveen: opkomst en ondergang van een politieke beweging.

Overdracht van vaandels aan het exercitiegenootschap Tot Nut der Schuttery, 1786 (door Noach van der Meer (II), 1786) (© Rijksmuseum, Amsterdam)

Wanneer schutter Jan Teunisse in november 1830 enthousiast aan boord gaat van een trekschuit, samen met zijn kameraden van de Noord-Hollandse schutterij om tegen de Belgen te gaan vechten, weet hij nog niet dat hij tijdens de veldtocht zelf uiteindelijk ziek zal worden. Hij belandde in het Rijkshospitaal in Utrecht, waar hij van de ene in de andere verbazing viel over de slechte staat van de medische verzorging voor hemzelf en andere militairen.

Via de dagboekfragmenten van Jan Teunisse als hij vertrekt tot aan zijn verpleging neemt de historicus dhr. Portegies ons mee in een artikel dat verscheen in 2017 in het Nederlands Militair Geneeskundig Tijdschrift, getiteld Een Noord-Hollandse schutter in de Belgische Opstand, 1830-1831.

Elk leger dat ten strijde trekt zal zich te velde moeten voorzien van voldoende voedsel voor zowel manschappen als paarden. Dat is altijd al zo geweest gedurende de geschiedenis van het oorlogvoeren. Zo ook tijdens de Spaanse Successieoorlog.

Over dit onderwerp schreef de historicus dhr. Van Nimwegen in 2014 een interessant artikel in het tijdschrift Skript, getiteld Marcheren op een volle maag: voedselvoorziening tijdens de Spaanse Successieoorlog.

Ruitergevecht, door Jan van Huchtenburg ca. 1702 (© Rijksmuseum, Amsterdam)

Wanneer de Belgen zich afscheiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden heeft koning Willem I vanuit het hele land voldoende vrijwilligers en dienstplichtigen nodig om zijn leger te versterken in een voorgenomen campagne. Echter, de aantallen blijven achter bij de behoefte. En dus worden overal in het land ook de lokale schutterijen aangesproken, gemobiliseerd, en zelfs extra manschappen opgeroepen om deze schutterijen van voldoende sterkte te laten zijn. In Drenthe leidde dit tot de nodige onderlinge problemen in het bestuur, maar ook onder de bevolking.

Hierover valt alles te lezen in het artikel van dhr. Van Roon, getiteld Oktober 1830 - Mobilisatie in Drenthe!