artillerie.jpg

In de jungle, en in de moerasgebieden aan de kust van Suriname leefden in de 18e eeuw diverse groepen van gevluchte Afrikaanse slaven die hun vrijheid hadden hernomen met hun nakomelingen (Marrons). Dit was een doorn in het oog van de toenmalige plantagehouders, die regelmatig overvallen werden, en het gevestigde koloniale gezag. Er werden zelfs militaire expedities opgezet, zoals ten tijde van de Boni-oorlog (1765-1776). Al snel bleek dat de Europese oorlogsvoering geheel niet kon worden toegepast in het landschap van Suriname, waar de vrije Boscreolen zich ondanks vele slachtoffers, vaardig wisten te verdedigen in een guerrillaoorlog.

Over dit onderwerp schreef dhr. J.A. de Moor een artikel in het voormalige jaarboek Armamentarium, getiteld Oorlog met de bosnegers in Suriname. Voor de Boni-oorlog en de vermoedelijke plaats van het Fort Boekoe, kan men terecht op de website Wikiwand: Fort Boekoe.

 

In een ander bericht op deze website in de rubriek Recent Onderzoek, hebben we onlangs ook aandacht geschonken aan autochtone krijgers en (het herstel over) de beeldvorming omtrent hun, in een onderwerp over krijgergroepen in de Indische archipel ten tijde van de VOC.

Vanaf 1915 tot ver in 1918 vervoerden de Duitsers grote hoeveelheden zand en grind aan richting België over Nederlandse rivieren en kanalen, onder het mom van het verbeteren van de wegen en infrastructuur. Tot op zekere hoogte was dat waar, maar veel van dit materiaal werd gebruikt om bunkers en pillboxes te bouwen ter versterking van de loopgraaflinies aan het Westelijk front. De Entente landen Engeland en Frankrijk lieten dit veelal oogluikend toe. Ook omdat de inlichtingendienst van de Nederlandse generale staf regelmatig op onderzoek uit kon gaan, en zo via spionage, het uitwisselen van informatie richting de Entente landen, en meer, de neutraliteit kon waarborgen van Nederland.

Desondanks werd zeker in 1917 na de mislukte offensieven, zoals bij Passchendaele, deze neutraliteit door de Britten serieus in twijfel getrokken. En niet voor de eerste keer. Nederland zou weleens de oorlog ingetrokken kunnen worden!

Dit verhaal is de geschiedenis ingegaan als de 'zand en grind kwestie' en wordt door dhr. Dr. Hijzen uitvoerig beschreven in de Militaire Spectator uit 2018 in een artikel, getiteld GS.IV en de Zand- en Grindkwestie: inlichtingen en neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog.

In de jaren dertig van de 20e eeuw werd langs de rivier de Maas een nieuwe verdedigingslinie aangelegd van kazematten en andere versterkingen bij brugovergangen. Dit moest een Duitse inval vertragen, voordat deze op de Peel-Raamstelling zou stuiten.

Van deze Maaslinie is een prachtige website voorhanden, met zeer gedetailleerde informatie over de bouw en de diverse kazematten per vak (vaak met submenu's onderaan elke pagina!), de informatie welke troepen deze hebben bezet vanaf de mobilisatie in 1939 en tijdens de gevechten op 10 mei 1940, inclusief gewonden en gesneuvelde militairen. Dit alles voorzien van enorm veel origineel fotomateriaal.

Zeker de moeite om te bekijken, dus ga naar de website Standhouden.

Foto NIMH beeldbank met bijschrift: Gevechtshandelingen van 3./Pionier-Batallion 156 in de Maaslinie. Duitse militairen bij een Nederlands kazemat.

Als snel inzetbare schepen koos de Koninklijke Marine vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog om in Nederlands-Indië speciaal ontworpen kleine schepen in te zetten, uitgerust met lanceerbuizen aan dek om torpedo's af te kunnen schieten. Alhoewel de meeste van de schepen in de kolonie snel werden vernietigd door de Japanners, of opnieuw ingezet, waren er ook nieuwe series boten die zeer succesvol opereerden in de Antillen en vanuit Engeland.

Lees hierover alles in het online artikel op de website Traces of War, getiteld Nederlandse torpedomotorboten.

Een Nederlandse torpedo motorboot (afbeelding overgenomen van de website Traces of War)

N.B. In 1969 verscheen er in ons tijdschrift Mars et Historia ook al een driedelige serie artikelen over deze schepen, ingezet in Nederlands-Indië!

Met de introductie van de grenadier in de Europese legers werd al snel duidelijk dat de hoed met brede rand een hindernis vormde bij het werpen van handgranaten. De randen werden al snel samengebonden in een puntvorm, en van daaruit ontwikkelde zich een nieuw uniformonderdeel: de grenadiersmuts. Na de versie van louter stof, werden er later ook koperen frontplaten aan toegevoegd, totdat door militaire modeverschijnselen de bontmuts zijn intrede deed.

Over dit onderwerp verscheen in het voormalige jaarboek Armamentarium een artikel, getiteld Grenadiersmutsen in het Staatse Leger 1672 - 1795. Hieronder staan verschillende illustraties, om het artikel te ondersteunen.

Grenadiersmutsen (foto overgenomen van het blog Anno Domini 1672)