vliegtuigen.jpg

Rob Wolters

Onlangs heb ik mijn licht laten schijnen over de kalfslederen petjes. Bezoekers van re-enactment evenementen zullen gezien hebben dat de uitbeelders van het Belgische 7e Bataljon Infanterie van Linie nu evenmin de donkerblauwe platte pet dragen. Aangezien ook deze wijziging voortvloeit uit mijn onderzoek leek het mij wel aardig om dat uit de doeken te doen.

In februari 1814 werd het op de Fransen veroverde c.q. bevrijdde voormalige Oostenrijkse Nederlanden tot voorlopig bestuur een Generaal-Gouvernement België geformeerd. In een geheime overeenkomst kwamen de Geallieerden met Willem overeen dat dit territorium met de Nederlanden verenigd zou worden. Vooruitlopend hierop werd Willem I op 31 juli 1814 benoemd tot Gouverneur-Generaal van België. Vrijwel direct begon hij met het reorganiseren van de in maart van dat jaar opgerichte Belgische eenheden. Voor de hieruit ontstane bataljons infanterie en jagers werd tegelijk een uniform vastgesteld, dat gebaseerd was op de Nederlandse uniformen, doch er in detail sterk van afweek. De kwartiermuts zou volgens het oorspronkelijk plan van organisatie van Hongaars model zijn, net als in het Koninklijk Besluit van 9 januari 1815 voor het Noorden bepaald was. Daar kan dus niet veel anders aan zijn ... zou je denken. Een eerste aanwijzing dat er toch verschillen waren is een schrijven van de Raad van Administratie van de 16e Afdeling Infanterie aan de Intendant-Generaal:1 

Gend, den 18 Mei 1816, nº. 198

Indertijd is door de Administratie van Oorlog te Brussel aan de administrateurs van het Bataillon Jagers nº. 35 toegezonden een model policiemuts zonder klepje [...]

Fuselier Eric Edelman met de Belgische kwartiermuts (foto Rob Wolters) 

Waarom waren er in 1830 plots zoveel jongemannen uit diverse geledingen van de Nederlandse samenleving, die zich en masse aanmelden om hun voormalige landgenoten in de zuidelijke provincies eens een lesje te leren? Wie waren zij, welke achtergronden hadden deze vrijwilligers en vooral: wat waren hun ervaringen in die korte oorlog tegen het jonge België?

Naast een ruime achtergrondstudie komen de persoonlijke herinneringen en memoires van diverse schutters hier aan bod in de volgende master thesis van dhr. M. van Dijck (Erasmus Universiteit, Rotterdam) uit 2014:

Schutterijen uit Zuid-Holland en de Belgische Opstand.

Door de ervaringen gedurende de Eerste Wereldoorlog stond het wapen der cavalerie onder grote druk zich aan te passen aan de nieuwe tijd en de moderne technieken. Niet langer kon er te paard vrijelijk over de slagvelden gemanoeuvreerd en gechargeerd worden op de tegenstander, die als infanterie al sinds de ervaringen uit de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) en de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) beter bewapend was met geweren om zich succesvol te verdedigen. De Eerste Wereldoorlog deed het paard van de cavalerie de das om.

Ook voor het bescheiden Nederlandse cavaleriewapen, bestaande uit slechts enkele regimenten, moesten er al gedurende de Eerste Wereldoorlog en de jaren erna, lessen getrokken worden over hoe dit wapen zich opnieuw vorm moest geven. Tanks werden in Nederland niet als een optie gezien binnen het kader van de operationele verdedigingsplannen, die nog sterk afhankelijk waren tot aan mei 1940 van verdedigingslinies en inundaties van het terrein. Niettemin werd er een bescheiden begin gemaakt de cavalerie om te vormen, met de toevoeging van eenheden uitgerust met pantserwagens, regimenten motorrijders en wielfietsers. Opnieuw bieden we hier een uitgebreide studie aan over een onderwerp.... (lees verder).

Er is reeds veel geschreven over het functioneren van de Sectie Militaire Inlichtingendienst van de Generale Staf en of deze dienst met haar buitenlandse inlichtingentak (GS IIIA) gedurende de periode van september 1939 tot aan mei 1940, de Nederlandse regering en de militaire top wel afdoende heeft gewaarschuwd voor de dreiging van een Duitse inval. Een inval die op 10 mei 1940 toch nog tot een zekere mate van verrassing leidde.

Was de GS IIIA verantwoordelijk voor die verrassing? Wat was de rol van Majoor Sas? Voldeed het inlichtingenwerk wel degelijk en werd het belang ervan niet op waarde geschat door de regering en het militaire opperbevel? Vragen die enkele jaren terug allemaal opnieuw onderzocht zijn en de moeite waard zijn om opnieuw kennis van te nemen.

Majoor Sas

In 2010 publiceerde dhr. Michiel van Schooten zijn master thesis (Universiteit van Utrecht) getiteld:

'Van de grens komen zeer verontrustende berichten binnen. Weest dus zeer op uw hoede.'

 

De Tweede Boerenoorlog (1899-1902) zorgde er voor dat vanuit diverse Europese landen en legers een belangstelling ontstond voor het verloop en de wijze waarop de Boeren strijdkrachten van de Oranje-Vrijstaat en de Transvaal (Zuid-Afrikaanse Republiek / ZAR), zich staande wisten te houden tegenover de Britse imperialistische grootmacht. Zodoende werden er militaire waarnemers naar Zuid-Afrika gestuurd, waaronder ook enkele officieren van de Nederlandse krijgsmacht.

Deze Nederlandse officieren waren al gauw zeer enthousiast over de vorm en wijze waarmee de Boeren zich te weer stelden, en maakten diverse aanbevelingen voor de Nederlandse strijdkrachten. Interessant is dat zij de strijd in Zuid-Afrika voornamelijk door een Nederlandse bril werd bekeken, en zich in het bijzonder richtte op een volksleger-krijgsmacht hier in Nederland zoals deze ook destijds was georganiseerd in Zwitserland. Wat de officieren compleet ontging en juist de sterkte van de Boeren was, was de organisatie te velde in de Boerencommando's!

Niettemin is het interessant om in onderstaande twee studies te bekijken hoe deze 2e Boerenoorlog werd bekeken als nieuw studiemateriaal voor een Nederlands leger in het Europese militaire krachtenveld.