kareldoorman.jpg

In het kader van ons vijftigjarige jubileum symposium en de aldaar aanwezige sprekers presenteren we hier alvast een studie, zodat bezoekers op deze dag en andere geïnteresseerden zich alvast kunnen inlezen op één van de onderwerpen.

Foto ontleend aan Nato Archives Online 

In de inleiding van diens hier gepresenteerde studie schrijft dhr. M. Kamphuis: 

'In 1949 bracht de USSR een atoombom tot ontploffing. De Verenigde Staten waren niet langer de enige nucleaire mogendheid. In hetzelfde jaar werd de PRC uitgeroepen door communist Mao Tse Tung. In de zomer van 1950 brak vervolgens de Korea oorlog uit. De aanval van Noord – Korea werd opgevat als een Russische zet in de Koude Oorlog. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Acheson pleitte in september 1950 voor eventuele inschakeling van Bondsrepubliek Duitsland in de Noord – Atlantische verdediging. Nederland was niet overtuigd van acute Sovjet dreiging. Het initiatief voor Duitse herbewapening en NAVO lidmaatschap werd wel door de Nederlandse regering gesteund. West – Duitsland zou een sterke buffer zijn tegen eventuele agressie van de Sovjet Unie. De voltooiing van Duitse economische en politieke integratie was belangrijk voor het economische herstel van Nederland. Daarnaast zou Duitse herbewapening een garantie zijn voor Amerikaanse aanwezigheid in Europa en ook bleek het gunstig te zijn voor de Nederlandse defensiebegroting. Na het uitbreken van de Korea oorlog voerden de Verenigde Staten druk uit op Den Haag om het Nederlandse budget voor militaire doeleinden te verhogen. Duitse herbewapening zou dat voorkomen.'

In 2011 schreef M. Kamphuis zijn bachelor thesis, getiteld: Nederland en de Europese Defensie Gemeenschap: een onderzoek naar de Nederlandse EDG politiek tussen 24 oktober 1950 en 27 mei 1952.

In de tweede helft van de 15e eeuw en ook in het eerste decennium van de 16e eeuw waren smeedijzeren kanonnen en bombardes niet meer weg te denken in de toepassing van de oorlogsvoering.

Alhoewel dit soort kanonnen en bombardes er voor ons tegenwoordig enorm log uitzien, waren het wel degelijk voor die tijd offensieve wapens die meegevoerd werden op campagne richting de vijand.

Bekende voorbeelden zijn de Dulle Griet uit Gent of het kanon Steuer Gewalt uit Den Bosch.

De Dulle Griet

Dat deze middeleeuwse bombardes werden ingezet in actieve en offensieve oorlogen is tot in detail te lezen in een zeer interessant en diepgravend artikel (op allerlei niveau's) van dhr. Marc Beyart: Nieuw historisch onderzoek van de Dulle Griet bombarde in Gent

Het Bossche kanon Steuer Gewhalt (6,34 meter lang en daterend uit 1511), bevindt zich heden ten dage nog na restauratie in de stad Den Bosch en is ook bekend onder de naam Boze Griet. Over de bouw van dit kanon is ook een interessant artikel beschikbaar van dhr. Kees Smit: Stuerghewalt en Jan Fick van Zeghen. Een uitzonderlijk kanon en zijn maker.

  

De gerestaureerde Bossche 'Boze Griet'

 

De Italiaanse eenwording in de 19e eeuw kent een lange geschiedenis, welke zijn aanvang had in 1820. Het duurde echter nog tot 1860 dat deze zogenoemde Risorgimento daadwerkelijk in volle omvang een serieuze kans kreeg met Garibaldi's roodhemden. 

De eenwording van Italië was in 1860 en daarna geen uitgemaakte zaak, zoals onder andere ook bleek uit het verzet van paus Pius IX die een aanzienlijk deel van Italië in handen had, en welke beter bekend stond als de Kerkelijke Staat. De paus riep internationale hulp in van katholieken in heel Europa om zijn staat te beschermen, en zo een vrijwilligersleger op te richten naast zijn vaste strijdkrachten. In Nederland werd hier ook gehoor aan gegeven. Vele jonge mannen vertrokken om als zouaven te dienen voor de paus van 1860 tot 1870.

zouaven

In de volgende studie bieden we een overzicht van de strijd van de zouaven uit Nederland voor het behoud van de Kerkelijke Staat, en geven een bijzonder inzicht in de demografische samenstelling van deze Nederlandse vrijwilligers.

In 2010 schreef dhr. J.W. Rozema zijn master thesis (Erasmus Universiteit, Rotterdam), getiteld: "Op Neerlands jeugd! Naar 't heilig, heilig Rome!" Een studie naar enkele demografische kenmerken van de Nederlandse pauselijke zouaven 1860-1870.

De maritieme geschiedenis van de Bataafse marine laat zich in het populaire domein voornamelijk kennen door de smadelijke nederlaag in de Slag bij Kamperduin.

Niettemin speelde deze vloot een belangrijke rol in zowel het streven van Napoleon voor een maritieme invasie, alsmede een sterk en onafhankelijke Bataafse republiek.

Of zoals de onderzoeker van de studie die wij hier aanbieden, dhr. Idzerda, zelf stelt: "Het was niet vanzelfsprekend dat de Bataafse Republiek gedurende de jaren 1795-1806 een onafhankelijke staat kon blijven. De Bataven verkeerden in oorlog met Engeland op zee en zaten in een moeilijk politiek spel verwikkeld met Frankrijk. In de geschiedschrijving is weinig aandacht uitgegaan naar het belang die de Nederlandse marine heeft gehad in het waarborgen en beveiligen van de Bataafse onafhankelijkheid gedurende deze jaren. In dit onderzoek kunt u lezen hoe de Bataafse marine heeft bijgedragen aan het bestaansrecht van de Republiek."

 

In 2014 publiceerde dhr. S. Idzerda zijn masterscriptie militaire geschiedenis (Universiteit van Amsterdam) over dit onderwerp, getiteld:

Om de existentie van de Bataafse Republiek! Hoe de Bataafse marine heeft bijgedragen aan het internationale aanzien van de Bataafse Republiek en haar onafhankelijkheid heeft kunnen waarborgen in de periode 1795-1806.

Na de Eerste Wereldoorlog moest de Koninklijke Marine zich richten op nieuwe taken. Uiteraard bleef de nadruk ook in de jaren tussen de twee wereldoorlogen liggen op de verdediging van Nederlands-Indië. Maar wat te doen in de thuiswateren van Nederland, te weten de Noordzee?

De kustverdediging was voornamelijk een taak van de landmacht, en bleef daarom in de eerste jaren van het Interbellum een bescheiden taak vereisen van de marine. Bezuinigingen op de defensiebegrotingen in volgende jaren lieten verder weinig ruimte over voor andere taken. Pas vanaf 1935 gaat de Nederlandse regering weer meer geld spenderen aan de defensie, vanwege de groeiende oorlogsdreiging in Europa. Niet alleen krijgt de Koninklijke Marine dan een betere taakomschrijving over haal rol in de kustverdediging, maar ook komt er een tweede taak en rol vervulling bij. Dit is het veilig stellen van de aanvoerroutes voor grondstoffen, oorlogsvoorraden en voedsel. Kortom, de marine word betrokken in de economische oorlogsvoering.

Wederom bieden we hier een interessante & lezenswaardige studie aan. 

In 2010 schreef dhr. A.A. Westerink (Universiteit van Amsterdam) zijn masterscriptie over bovenstaand onderwerp, getiteld:

Waar de blanke top der duinen… De taakstelling der Koninklijke Marine in Nederland gedurende het Interbellum in debat en beleid, 1918-1940.