kraagemblemen.jpg

Op 12 december j.l. werden de stoffelijke resten van korporaal Arnold van Koot herbegraven op het Militair Ereveld Grebbeberg in Rhenen. Van Koot werd met militaire eer naar zijn laatste rustplaats gedragen door een detachement van de Eagle Compagnie van 42 Pantserinfanteriebataljon Limburgse Jagers.

Ons bestuurslid Louis Sloos was aanwezig bij deze gelegenheid, die met militair ceremonieel werd uitgevoerd.

Onderstaande foto's zijn beschikbaar gesteld door Louis Sloos.

Door de eeuwen heen is het huis van Oranje vrijwel onlosmakelijk verbonden geweest aan de Nederlandse strijdkrachten. Aan het eind van de 19e eeuw stond deze onderlinge relatie echter onder grote maatschappelijke druk na het overlijden van koning Willem III. Tot aan haar 18e verjaardag was diens dochter Wilhelmina nog niet als vorstin aan de macht, maar werd het gezag voorlopig bij haar moeder Emma neergelegd als regentes.

Uitreiking van vaandels door Wilhelmina en Emma in 1893 (schilderij van Hoynck van Papendrecht, gedateerd 1895)

De volgende studie gaat dan ook specifiek in op de relatie van regentes Emma en de krijgsmacht in de jaren 1890 - 1898. In haar studie verwoord Charlotte van Wezel onder andere het volgende:

Volgens de militair historicus W. Bevaart bestond er in Nederland aan het einde van de negentiende eeuw een monarcho-militair complex dat bestond uit de koning, de leden van het Koninklijk Huis, de ministers van Oorlog en Marine, het departement en de verschillende legeronderdelen. Deze onderdelen stonden volgens hem sterk met elkaar in verband.  Door de grote verbanden hiertussen was er ook sprake van een sterke afhankelijkheid van elkaar. Onder de koningen Willem I en Willem II was de verbintenis en afhankelijkheid van elkaar volstrekt logisch. Naast hun koningschap waren beide koningen ook geliefde militairen die bekend stonden om hun militaire kennis en capaciteiten. Willem III had een andere reputatie dan zijn vader en grootvader. Hij stond bekend als een flamboyante man die deed waar hij zin in had en weinig aandacht besteedde aan zijn taak als vorst. Ook stond hij niet bekend om heldhaftige militaire daden. Daarbij kwam dat hij door de wijziging van de Grondwet in 1848 niet meer het oppergezag over de krijgsmacht had, in tegenstelling tot zijn voorvaderen. Ondanks dit had hij wel een militaire opleiding genoten en meende hij een belangrijke rol te hebben binnen de Nederlandse krijgsmacht. 

Lees verder hieronder, en bekijk de studie zelf!

Nieuw-Nederland was het gebied aan de Noord-Amerikaanse oostkust dat door de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën werd opgeëist, gelegen tussen de 38e en 45e breedtegraad, en waarvoor het beheer in de praktijk werd neergelegd bij de West-Indische Compagnie. Tussen 1614 en 1667 was het gebied langs de kuststrook onder een onafgebroken Nederlands beheer. Het bijzondere van deze kolonie was, dat het niet zozeer ging om nieuwe levensgebieden te verkrijgen voor kolonisten, zoals dat wel gebeurde voor Britse en Franse kolonies die in dezelfde periode in Noord-Amerika werden gesticht. Het ging namelijk in de republiek zelf zeer voorspoedig met de economie en er was dan ook weinig reden voor burgers de oversteek  te maken over de Atlantische Oceaan. Het ging de WIC voornamelijk er om vele florerende handelsposten te ontwikkelen. Nieuw-Amsterdam groeide uiteindelijk in deze periode uit tot de grootste stapelmarkt aan de oostkust.

Uit het oogpunt van militaire geschiedenis is deze Nieuw-Nederlandse periode zeer interessant, want ook al deze vele handelsposten moesten toch op enigerlei wijze beschermd worden met forten en andere verdedigingswerken. Over al deze forten publiceerde dhr. Jacobs in 2015 een zeer lezenswaardige en rijk geïllustreerde studie, die online te raadplegen is: Dutch colonial fortifications in North America 1614-1676.

De stad Nieuw-Amsterdam op het eiland Manhatten

Op 17 mei 1940 werd een deel van de Zeeuwse stad Middelburg getroffen door een grote verwoestende brand. De strijd in Zeeland was namelijk doorgegaan, nadat het overige deel van Nederland al had gecapituleerd voor de Duitse strijdkrachten.

Over de oorzaak van de brand bestaan uiteenlopende ideeën, zoals dat het een terreurbombardement was van de Duitse Luftwaffe, beschietingen door Duitse artillerie, of door Franse artillerie (de Fransen waren ter ondersteuning Brabant en Zeeland binnengetrokken), of een combinatie van mogelijkheden. Om uit alle controverses te komen heeft recentelijk het Nederlands Instituut voor Militaire Historie een rapport uitgebracht in opdracht van de gemeente Middelburg. Dit resultaat van het onderzoek is online te raadplegen in pdf-format via de weblink: Rapport gebeurtenissen 17 mei 1940.

 

Brabant had gedurende de Gelderse oorlogen (1502-1543) als onderdeel van de Habsburgse Nederlanden meerdere malen te maken met plunderingen en invallen van de troepen van het hertogdom Gelre. De grootste stad 's-Hertogenbosch en omliggende landen moesten alles in het werk stellen om zich militair voor te bereiden op een eventuele belegering of andere rampspoed. Hierover gaat het essay van dhr. Vermeer, welke wij hier beschikbaar stellen.

Vermeer schrijft in zijn inleiding: "Van alle Bourgondische gebieden had Brabant, en dan vooral de Meierij van ’s-Hertogenbosch, het ongeluk de langste grens te hebben met Gelre. Gedurende de oorlogen had Brabant dan ook flink te lijden onder aanvallen van over de Maas: zo staken er geregeld groepen soldaten over om te plunderen en in 1498 en 1512 werd Oss zelfs platgebrand. Deze plaats ligt op minder dan twintig kilometer afstand van de hoofdstad ’s-Hertogenbosch, zodat deze gebeurtenissen voor de Bosschenaren behoorlijk beangstigend moeten zijn geweest. Ze hebben zeker meerdere malen de hete adem in hun nek gevoeld gedurende deze rumoerige periode. Er was voor de stad dus een grote noodzaak om de Geldersen uit de omgeving te houden en om zichzelf goed in te dekken tegen een eventuele aanval."