tank.jpg

Hoe gaan huidige Nederlandse gevechtsmilitairen om met de eigen beeldvorming en die van de tegenstander? Hoe kijkt men aan tegen de tegenstander, die soms burger is, opstandeling en bijvoorbeeld ook krijgsgevangen gemaakt wordt?

In het kader van ons aanstaande symposium "Hollandse krijgsgevangenen" op 29 september a.s. is het interessant om te kijken hoe soldaten omgaan met het creëren van wij-zij beelden, en dan voor een deel ook hoe er tegen gevangen genomen strijders van de Taliban in Afghanistan wordt gekeken en mee wordt omgegaan. In haar studie "Voor volk en vaderland" schrijft mevr. Molendijk onder andere het volgende: De constructie van een vijandelijke ‘zij’ is een voorbode van geweld. Dit is bekend in de (sociale) wetenschappen. De constructie van de ‘wij’ is echter afwezig in de meeste onderzoeken naar geweld. Dit, terwijl een ‘zij’ nooit bestaat zonder een  ‘wij’. Mijn focus zal juist liggen op de collectieve identiteiten – de ‘wij’ - die Nederlandse gevechtsmilitairen ontwikkelen.

In haar inleiding betoogt Molendijk verder: 

Welke zijn de ideeën en gevoelens die gevechtsmilitairen ontwikkelen? Hoe stimuleren deze legitiem geweld, of juist illegitiem geweld? En welke verschillen en overeenkomsten bestaan er tussen de Nederlandse militairen en hun buitenlandse collega’s? Deze vragen vormen de basis van mijn onderzoek. Uiteraard spelen vele verschillende factoren een rol in het ontstaan van geweld. Een analyse van al deze factoren is nagenoeg onmogelijk, en gaat dan ook ver voorbij aan het doel van dit onderzoek. Als antropoloog zal ik mij richten op de constructies van collectieven, en de betekenissen die hieraan toegekend worden. Ik zal verbanden tussen collectieve identificatieprocessen en geweld onderzoeken.

In 2012 scheef mewr. T. Molendijk haar antropologische masterscriptie (Universiteit van Amsterdam), getiteld: Voor Volk en Vaderland?: Wij-percepties, Zij-constructies en geweld(loosheid) onder Nederlandse gevechtsmilitairen