artillerie.jpg

In het kader van ons vijftigjarige jubileum symposium en de aldaar aanwezige sprekers presenteren we hier alvast een studie, zodat bezoekers op deze dag en andere geïnteresseerden zich alvast kunnen inlezen op één van de onderwerpen.

 

In de inleiding van de hier gepresenteerde studie schrijft dhr. P. Diepstraten:

'Voor Nederland was het grote gevolg van de Eerste Coalitieoorlog dat er na een bestaan van meer dan twee eeuwen een einde kwam aan de Republiek der Verenigde Nederlanden. Ook werden de Oranjes verjaagd en kwam de onafhankelijkheid ernstig in het geding; de Bataafse Republiek kan als niet meer dan een Franse satellietstaat beschouwd worden.

Zoals eerder vermeld is, keerden de kansen regelmatig. Hier ligt de vraag voor hoe de steun van de bestuurders van de Republiek aan Willem V wisselde met het keren der krijgskansen van de geallieerden. Men zou verwachten dat de steun sterker was in gunstige tijden, terwijl er in slechte tijden aangedrongen zou worden op vrede. Deze algemene verwachting is ingegeven door gelijksoortig gedrag tijdens de eerdere grote landoorlogen met Frankrijk, de Frans-Nederlandse Oorlog (1672-1679), de Negenjarige Oorlog (1688-1697), de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) en de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748); de animo om de machthebber of machthebbers te steunen wisselde sterk met het keren van de krijgskansen. Tijdens deze oorlogen bestond er een sterke neiging tot defaitisme na nederlagen, een sterke roep om de strijd te staken. Oorlogshandelingen onderbraken immers de handel, de bedrijfstak waar vele bestuurders van afhankelijk waren voor hun inkomsten. (Voor de goede orde dient aangemerkt te worden dat tijdens het begin van de Frans-Nederlandse Oorlog en gedurende de beide successieoorlogen het juist de staatsgezinde regenten waren wier posities op het spel stonden, (juist) niet die van de Oranjes.) Ook tijdens de eerste oorlog onder het bewind van Willem V, de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784), werd zijn positie sterker toen de overwinning van de zeeslag bij de Doggersbank (17 augustus 1781) gevierd kon worden, een zege die als een heus PR-evenement avant-la-lettre uitgebuit werd door de vlootvoogd Johan Zoutman (1724-1793) een toernee door het land te laten maken. Toch zorgde de oplopende militaire en economische schade voor een toenemende kritiek op het stadhouderlijke bewind, een ontwikkeling die in het algemene, hier geschetste patroon past.'

In 2010 scheef dhr. Diepstraten zijn master scriptie vroegmoderne geschiedenis (Universiteit van Utrecht) getiteld: De steun van bestuurders aan stadhouder Willem V tijdens de Eerste Coalitieoorlog.